De aan de binnenkant met hout betimmerde bus kraakt terwijl ik de gaten en kuilen in het wegdek probeer te vermijden. Het lampje aan het haakje in het plafond schudt gevaarlijk op en neer. Ik hoor de fles met amandellikeur rinkelen tegen de honingpot. De voerbakken van de honden verschuiven op de plank in het kastje tegen de pannetjes en de bestekbak aan, die ernaast staan.
We schudden alle kanten op, en ik zie via de achteruitkijkspiegel dat Mika van het bed afspringt en het schapenvachtje op de grond van de bus verkiest. Daar zit hij wat steviger ingeklemd tussen de twee zitbankjes in.
We rijden via kleine binnenweggetjes het natuurpark Vale do Guadiana uit, en ik vind na een paar uur rijden een plekje langs het water in de buurt van Luz, niet ver van de Spaanse grens af.
De bus staat verborgen achter een klein heuveltje, en is vanaf de weg niet te zien.
In de verte zijn de witte palen van de brug over het water zichtbaar, die de regio’s Beja en Evora verbindt. Het autoverkeer is als een zachte ruis in de verte.
Het water kabbelt rustig aan de waterkant, en de roep van verschillende watervogels schalt over het meer.



