Ik open de gordijnen achterin de bus en ik voel weer dat magische, de schoonheid van de natuur. Er is geen wolkje aan de lucht en geen zuchtje wind. De zon komt net achter de bergen vandaan en verlicht de bergen aan de rechterzijde van de bus. Het is zo stil, dat ik de stilte kan horen. Dotten witte sneeuw markeren het landschap en versmelten in paars, groen en gele kleuren van het lange gras en de heide. Krokussen heffen hun paarswitte kopjes met gele kelkjes gulzig op naar de zon om haar warmte in zich op te nemen. Ik kleed me snel aan, doe mijn rugzak op en we lopen de bergen in.
We doorkruisen grote sneeuwvelden, waaronder het stromende smeltwater is te horen. Voorzichtig schuifel ik voetje voor voetje over de sneeuw, waar Mika ongeduldig staat te wachten. Lange doorzichtige ijspegels hangen aan de punten van het lange gras over de rand van gaten in de sneeuw boven het stromende water. Het pad is niet meer zichtbaar en ik klim recht omhoog de berg op. Een lange stok beschilderd met verschillende kleuren staat als markeringsteken bovenop de berg. We staan stil en kijken zwijgend naar alle besneeuwde bergtoppen om ons heen, die in het oneindige lijken te verdwijnen. Weer horen we die stilte. En voelen we die leegte.









