Geknield bij een snel stromend riviertje drink ik het heldere water. Het is ijskoud en proeft bijna alsof het gezoet is. Mika staat met alle vier de pootjes in het water om af te koelen. Er staat weliswaar een fris windje, maar de zon schijnt fel op de bergen. De sneeuw smelt en overal vormen zich kleine waterstroompjes, die hun weg naar beneden vinden.
Vanaf de berghut Vakkotavare zijn Mika en ik de Kungsleden track gevolgd richting de volgende berghut Teusajaure. We zullen de hut niet bereiken, want deze is 17 kilometer lopen, en dat heen en terug redden Mika en ik niet. In drie kwartier klimmen we omhoog uit de vallei, en lopen vervolgens over met stenen bedolven bergplateaus. Rondom ons vormen zich de meest prachtige besneeuwde bergketens, die oneindig lijken door te lopen. Links zien we de Kallaktjakka van ruim 1800 meter hoog en iets verder weg aan de rechterkant is de bijna 1500 meter hoge Nieras. De wolken lijken de toppen van de bergen aan te raken. Een vederlichte aanraking, die de aarde met de lucht verbindt.
Na twee uur lopen, zien we in de verte een een hutje middenin de ruimte van de omliggende bergen. Ik vraag me af hoe ooit is gekozen voor deze plek, en of daar nog iemand woont.
Op de terugweg komen we een Zweeds echtpaar tegen, beiden zwoegend met enorme rugzakken op hun rug. Zij blijken de beheerders van de Teusajaure berghut te zijn. Zij zijn op weg om de hut voor dit seizoen te openen. Zij doen dit, en het onderhoud ervan, op vrijwillige basis. De hut ligt aan de overkant van het meer. Zij halen de wandelaars op in een bootje. Ik vraag hen naar het hutje, temidden van al die bergen. Het blijkt een hut van de Sami te zijn, die het in de zomertijd gebruiken om in de buurt van hun rendieren te verblijven. Wat een bijzondere plek om te zijn, lijkt me.







