Op weg naar Engeland

‘Wij zijn de eersten,’ zeg ik vrolijk tegen de honden, terwijl ik de bus bij de ingang van de ferry terminal bij Hoek van Holland indraai. Ik rijd langzaam over een leeg terrein en ergens bekruipt mij het gevoel dat er iets niet klopt. Vanuit een loket zie ik in ene een arm driftig gebaren. ‘We gaan net sluiten,’ roept de vrouw vanachter het loketglas. ‘Maar we konden toch vanaf half twee inchecken,’ zeg ik verbaasd. ‘Nee, vanaf twaalf uur. Om half twee sluiten we en kunt u niet meer aan boord.’ Ik kijk op mijn horloge en zie dat het al een paar minuten na half twee is. Met een enorme snelheid voert de vrouw in het loket mijn gegevens in. Daarna rijd ik als laatste over de ratelende brug het schip in. Ik laat de honden achter in de bus en neem de lift naar de negende etage van de dertien etages. Er bevinden zich diverse restaurants, cafés, winkels en zelfs een klein casino aan boord. Ik loop een beetje verdwaasd rond en verbaas me altijd weer over de enorme grootte van zo’n schip. Ik kijk uit over de reling en zie Hoek van Holland langzaam uit het zicht verdwijnen. Eindelijk zijn we dan weer op reis. Ik voel de spanning en tegelijkertijd ontspanning van het avontuur dat we tegemoet gaan.

Het afgelopen half jaar heb ik overwinterd in een klein bakhuisje aan de rand van de Veluwe. De bus is gerepareerd en heeft een nieuwe koppeling. De oude Marte heeft nieuwe medicijnen gekregen, die haar veel verlichting brengen voor haar artrose. En ons gezinnetje is uitgebreid met een assielhondje uit Rusland genaamd Moran. Ze is inmiddels alweer een jaar oud.

Ik zit op een houten bankje buiten op het dek. De wind is koud, maar de zon verwarmt mijn rug. Het geluid van de motor dreunt diep door tot in het binnenste van mijn lichaam. Grote witte rookpluimen komen uit de vier schoorstenen, die ver boven het schip uit tornen en een grijze sliert in de verte achterlaten. Kleine golfjes zijn te zien zover het oog reikt. Regelmatig passeren we andere grote schepen. Het is niet bepaald rustig op de Noordzee.

Na ruim zes uur komen we aan in Harwich. De honden zijn opgelucht om mij weer te zien. ‘Wat komt u hier doen en waarom heeft u geen retourticket?, vraagt de vrouw van de douane. ‘Ik wil rondreizen door Engeland en zal uiterlijk eind juni terug moeten zijn op mijn werk.’ De vrouw knikt gerustgesteld. Ik heb inmiddels geleerd om concreet te zijn en te benoemen dat ik een huis en baan heb. Dat soort zekerheden geeft de ander een beter gevoel.

Via de park4night app vind ik een parkeerplek bij Wrabness Nature Reserve. Het is een kwartiertje rijden. Daar aangekomen parkeer ik de bus langs de rand onder de bomen en open de schuifdeur. De honden buitelen naar buiten en rennen vrolijk rond. We lopen een klein stukje over een onverhard pad. Aan weerskanten is een laag glooiend landschap te zien. De bomen van Wrabness tekenen zich donker af tegen de geeloranje gloed van de ondergaande zon. Ik ben benieuwd of Engeland mij gaat bevallen en of ik weer die vrijheid kan gaan voelen.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Plaats een reactie