Het allereerste wat ons opvalt wanneer we Lake District National Park inrijden, zijn de prachtige meren. Het blauw van het water schittert in de late avondzon. Stenen muurtjes doorkruisen het landschap. We klimmen hoger het gebied in, en hier zie ik het parkachtige overgaan in de echte ruige natuur. Bolle heuvelruggen maken plaats voor rotsachtige bergpieken en snelstromende rivieren. Tegen acht uur ’s avonds rijden we het parkeerterrein van Langdale National Trust in het hart van Lake District op. Dit is een van de weinige parkeerplekken waar je in dit park mag overnachten. Het kost tien pond per overnachting en ik boek voor drie nachten. We kunnen hier het hele weekend naar hartelust wandelen. Het is ook fijn om even voor een paar dagen op een plek te staan. Dat geeft rust, niet alleen voor mij maar ook voor de honden. Wanneer ik een uurtje later in bed lig, kijk ik samen met Mika en Moran nog even naar de bergen om ons heen, de bomen waaronder we staan, de graslanden en we luisteren naar de blatende schapen.

Met elke stap die we zetten ontvouwt zich een nieuw berglandschap voor ons. Achter elk rotspunt volgt een ander rotspunt, en klimmen we verder langs de Stickle Tarn Trail, de dag nadat we zijn aangekomen in het park. Naast ons horen we het geruis van een snelstromende rivier, die af en toe ontaardt in een waterval. De stenen op de bodem zijn goed te zien in het heldere water. Mika en Moran drinken uit de poelten, die zich onder de watervallen vormen. We springen van steen naar steen. Af en toe kijk ik achterom en tuur naar beneden in de vallei Lingmoor. Kleine boerderijen liggen her en der verspreid. Na een uurtje bereiken we Stickle Tarn, een helder bergmeer omgeven door stenen oevers. We lopen door langs de flanken van Harrison Stickle en Thor Crag. Er loopt een stenen pad steil langs de bergwand omhoog. Ik ontwaar kleine figuurtjes, die in vertraagde pas naar boven klimmen. Hoe graag ik ook nog verder zou willen gaan, het is niet verantwoord naar Moran toe. Ze is net een jaar oud, en ik vind dat dit fysiek en mentaal nog teveel van haar vraagt. In plaats daarvan laten we ons opwarmen in de zon aan het meer.



‘Lopen we nog wel goed,’ vraag ik me af, terwijl we dwars over het erf van een boerderij lopen. Het is een oude boerderij gebouwd uit natuurstenen, net zoals de lage muurtjes, die de weides eromheen markeren. Vanuit een donkere stal hoor ik blatende lammetjes en er blaft ergens een hond. De wandelbordjes geven gelukkig goed aan welke kant we op moeten. We sluiten een laatste hek achter ons, en lopen verder over een stenen pad de heuvel op. Voor onze tweede volledige dag in Lake District heb ik een route gepland die onder langs de Scafell Pike en de Great Gable loopt. Het is een pittige rondwandeling van, ik schat, rond de vier uur. De Scafell Pike is met een hoogte van 978 meter de hoogte bergtop van Engeland. We zullen lang niet de top halen, want het laatste stuk bestaat uit grote stenen en zou ons minstens zes uur kosten om te bereiken. Ik lees dat er niet alleen mensen, maar ook honden met enige regelmaat van de berg worden gered. Ik zie het al voor me dat ik samen met de kleine drukke Moran en de overrompelde Mika met een helikopter van de berg moet worden afgetakeld. We klimmen gestaag omhoog langs een rivier dat nogal wisselt in grootte en veel aftakkingen heeft. We doorkruisen het water meedere keren, waarbij ik de honden van de heupriem laat, zodat we van steen naar steen kunnen springen. In de verte hoor ik het ruisen van een waterval, en even later komt deze in zicht. Het water stroomt over een richel tientallen meters boven ons, en we voelen de kou ervanaf komen. Mika en Moran springen rond in het water onderaan de waterval. De stenen poel laat een gloed van doorzichtig emarald groen zien, dat weerkaatst in de vroege ochtendzon. De waterval is omgeven door steile hellingen, en ik zie niet waar het pad zijn weg vervolgt. Ik kijk vertwijfeld om me heen. ‘Nou jongens, ik zie maar één weg uit deze kloof, en dat is het pad waarlangs we gekomen zijn. Een beetje teleurgesteld koppel ik de honden aan de riem en we lopen het pad naar beneden. Vlak voordat we bij de boerderij zijn, zie ik een pad naar links afbuigen. Verdorie zeg, die hadden we dus moeten hebben. Ik twijfel even op de kruising of we alsnog weer omhoog zullen klimmen, maar we hebben er al ruim twee uur opzitten, en dat vond ik genoeg voor Moran. Morgen is weer een dag.


Het regent lichtjes, maar we gaan toch nog even de bergen in op onze laatste dag in Lake District. We klimmen steil omhoog langs glibberige stenen en rotsen. De wolken hangen laag over de bergtoppen, en de lucht voelt een beetje bedompt. Even verderop horen we het geruis van een riviertje, dat langs de rotsen de berg afstroomt. Mika en Moran stomen vooruit, en trekken mij mee aan de heupriem. We gaan tot aan de rotskam. ‘Dit wordt echt te steil voor jou,’ zeg ik tegen Moran. Mika zou die grote sprongen nog kunnen nemen, maar met een soms nog onvoorspelbare Moran durf ik niet verder te gaan. We keren om en lopen naar beneden met een 360 graden panorama aan bergen om ons heen.


