Het is alsof we door een maanlandschap rijden, maar dan wel eentje met veel groen en een rijke hoeveel aan planten. Rechts van ons, langs de Wild Atlantic Way, zijn grote grijze rotsplateaus te zien, vol met groeven en spleten. De Burren is een uniek kartslandschap in het noordwesten van de graafschap Clare. Het kalksteengebied wordt aan de noordzijde begrensd door dw Baai van Galway, en aan de westzijde door de Cliffs of Moher. De Burren heet in het Iers ‘Boireann’ en betekent ‘Grote Rots’. Onder het gebied liggen duizenden grotten, en is tevens rijk aan archeologische monumenten, zoals de Poulnabrone Dolmen, een grafmonument uit het Neolithicum. Maar wij rijden vandaag door naar Coral Beach. Het laatste stuk wordt steeds rotsachtiger. Het lijkt op een begroeid duingebied met heel veel rotsen en stenen muurtjes die kriskras door elkaar lopen. Ik had gedacht dat het gebied meer geïsoleerd zou zijn, maar de bebouwing loopt door tot aan Coral Beach. Hier en daar zijn nog de oude huisjes en schuurtjes te ontdekken, veelal onbewoond, maar de nieuwbouw is in volle gang. Er staan graafmachines en hijskranen, en er wordt volop gebouwd. Op de parkeerplaats aan Coral Beach staan wat auto’s en een paar campers, maar ik vind nog een mooi plekje met uitzicht over de rotsen en de zee. Het strand schijnt vooral op geologisch gebied van grote betekenis te zijn. Het is geen zandstrand, maar dat van kleine stukjes opgedroogde mossel en algen. Het knispert onder onze voeten. Op een rustig stukje laat ik de honden van de riem, en spelen ze bij het water. Moran springt als een berggeit van rots naar rots. Daarna laat ik de schuifdeur op een kiertje staan, en slapen we urenlang. Ik merk dat we moe zijn van het reizen en alle indrukken die we daarbij opdoen. We zijn tenslotte alweer ruim een maand op pad. Ik zie dat er niet zo heel ver vanaf Connemara National Park een ecologische camping aan het strand ligt. Deze boek ik vanaf morgen voor drie nachten.





