We lopen over een langgerekte helling, waar maar geen einde aan lijkt te komen. Het gras is zompig, en ik moet continu oppassen dat ik niet wegzak in de nattigheid en de modder. De modderspetters zitten sowieso al tot ver boven de knieën van mijn wandelbroek, die ik schoon had aangetrokken vanochtend. De wind is ijskoud en rukt aan mijn trui. Donkere wolken trekken over de heuvels. Ik stop en pak het fleecevest dat om mijn middel is geknoopt. Behalve mijn vest, zet ik ook een muts op en trek handschoenen aan. De honden staan met hun rug naar de wind gekeerd. De oren liggen plat op hun kop. Echt blij kijken ze niet. Een beetje wind vinden ze wel leuk, maar dit is iets teveel. ‘Nog een klein stukje,’ roep ik boven de wind uit. We bevinden ons op de Fraughan Rock Glen. Daarachter ligt de Lugnaquilla, die met haar 925 meter de hoogste berg van de Wicklow Mountains in het zuidoosten van Ierland is. Onder ons ligt een steil steenveld, waarover we geklommen zijn. We vervolgen ons pad rond de dotten heide en het zwarte zand. Zogauw we bovenaan de helling zijn, zien we nog meer uitgestrekte hellingen voor ons. Ik weet nu niet of we zicht hebben op de Lugnaquilla. Ik heb geen 4G bereik en zelfs GoogleMaps laat het afweten. Er zijn geen wandelbordjes die de route aangegeven, zoals in Engeland. De natuur is hier veel ruiger en de wandelpaden zijn soms nauwelijks zichtbaar. Er zijn ook minder mensen. Ik hoor stemmen, maar zie niemand. We lopen verder, en zie even later twee mensen met touwen aan de zijkant van een rots hangen. Ze lijken als twee kleine poppetjes in de verte, maar hun stemmen weerkaatsen tegen de rotswand. Er lopen talloze rivieren en watervallen over grote gladde stenen naar beneden. Mika en Moran drinken ervan. Het water ziet er koperkleurig uit. Hier en daar kom ik gekavelde stukken grond tegen. Ik weet dat hier gemijnd is, en ik vraag me af of er ook naar koper gedelfd is in deze regio. Boskap vindt er in ieder geval nog op grootschalig niveau plaats. Stukken naaldbos zijn als happen uit de heuvels genomen. Brede grindpaden lopen erlangs. In de verte zie ik een bordje staan, en we lopen ernaartoe. Ik lees dat er militaire oefeningen worden gehouden. Je mag er lopen, maar je wordt geadviseerd om geen militaire brokstukken aan te raken. ‘Nou jongens, het wordt tijd dat we teruggaan,’ zeg ik tegen de honden.





De bus staat wederom geparkeerd aan het einde van een weggetje, dit keer op Baravore Car Park in Wicklow Mountains. De Wicklow Mountains liggen ten zuiden van Dublin. Ik ben via de R756 door het gebied gereden, en de uitzichten waren adembenemend. Vanuit de bus hebben we een doorkijk met aan weerskanten langgerekte heuvels. De wanden zijn steil en bestaan vooral uit steenvelden en bremstruiken. De honden liggen op het gras in de zon. Zij lijken ook te genieten van het uitzicht. Achter de bus stroomt een klein watervalletje. Alles voelt heel vredig. Asn het begin van de avond druppelen nog wat campers het terrein op. Het zijn allemaal oude logge campers, en ik verbaas me dat ze over het nauwe weggetje durven te rijden. Ze hebben allemaal een Iers kenteken. Tot nu toe ben ik nog geen enkele andere buitenlandse toerist tegengekomen. Maar vannacht staan we in ieder geval niet alleen.

De volgende dag was de planning om een korte wandeling van hooguit anderhalf uur te doen, en daarna door te rijden naar de zuidkust. Dit keer lopen we langs de rivier geleidelijk omhoog. Hoe hoger we komen, hoe mooier het wordt. Het brede stenen pad gaat over in een klein paadje dat ons over uitgestrekte heide en graslandschap voert. We lopen uiteindelijk tot aan Table Mountain. Er staat, net als de dag ervoor, een harde wind en donkere wolken hangen laag over de heuveltoppen. Ik neem snel een paar slokken water en geef de honden een paar hondensnoepjes als traktatie. Daarna keren we om en lopen dezelfde weg terug. De wandeling heeft uiteindelijk ruim drie uur gekost. Het is halverwege de middag, en ik heb geen zin meer om te rijden. ‘We blijven nog maar een nachtje,’ zeg ik tegen de honden. De sfeer onder de camperaars voelt goed. Ik zit met een kop thee in de deuropening van de bus, en geniet van het uitzicht en de rust.



