We lopen over een modderig pad, dat af en toe nauwelijks zichtbaar is. We zakken weg in de diepe veengrond, en ik voel de kou van het water alweer binnendringen in mijn schoenen. Soms regent het even lichtjes, maar daarna komt de zon weer tevoorschijn en verlicht de bergen om ons heen. We lopen in de wildernis van Wild Nephin, en het voelt alsof we ver weg van de bewoonde wereld zijn. Dat is eigenlijk ook zo. De bus staat geparkeerd op een klein parkeerplaatsje bij waar de Letterkeen Loop Trail Head begint. Er zijn drie gemarkeerde routes, en wij hebben voor de paarse gekozen, die dwars over de top van de Letterkeen loopt. Vanaf daar hebben we prachtig zicht op de Nephin Beg Mountains tegenover ons. De bergen lijken tot in het oneindige door te lopen. Verder is er niks: geen mensen, geen huizen, alleen maar wildernis: bergen, kliffen, venen en rivier valleien. Het liefst zou ik nog willen doorlopen, maar we hebben er alweer twee uur opzitten, en het kost ons nog minstens een uur om terug bij de bus te komen. Mika en Moran kijken nog steeds uit over de bergen. Ook zij lijken altijd weer te genieten van het uitzicht. Hun poten en buik zitten onder de modder. Ik zie dat ze magerder worden. De ribben zijn inmiddels zichtbaar bij Moran. Daarachter haar gespierde dijen en billetjes. We maken dagelijks flinke wandelingen en klimpartijen over de bergen. Ik ben zelf ook afgevallen, maar dat is niet zo erg. Die tien kilo van mijn overwintertijd in het bakhuisje kan er prima af. Ik voer de honden flink wat bij de afgelopen weken, maar toch vallen ze af. De wind is koud bovenop de Letterkeen. ‘Kom jongens, we gaan weer.’ Voorzichtig dalen we het steile gladde pad naar beneden af.









Op de parkeerplaats is maar ruimte voor twaalf auto’s. Er staan er acht wanneer wij halverwege de middag terugkomen. Het schijnt dat dit natuurgebied vrij onbekend is, en er komen weinig toeristen. Ik smeer dik boter op grote plakken volkorenbrood, en geef dit aan de honden. Daarnaast krijgen ze weer extra brokken. Om zes uur vertrekt de laatste auto, en blijven we alleen achter. Nu heb ik wel vaker alleen gestaan op afgelegen plekken, maar het voelt toch altijd weer even verlaten. Er is geen bewoning in de buurt, en ik heb zelfs geen 4G bereik. Het is alsof ik even van de wereld ben: klein, nietig en onbelangrijk. Maar ik maak wel deel uit van dit natuurlijk geheel, waar mijn plek zichtbaar en passend is. Op zulke momenten ben ik ook dankbaar voor het gezelschap van mijn honden. Zij delen deze plek en reis met mij. Ik kook een potje rijst met witte bonen in tomatensaus met veel gesmolten kaas, en eet het zittend in de deuropening van de bus. We horen het ruisen van de rivier, die naast de parkeerplaats loopt. De zon verdwijnt langzaam achter de Letterkeen.



