Diep teleurgesteld verlaat ik Achintee Road Car Park. Al jaren had ik het plan om ooit de Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland, te lopen. De wandelkaart van de berg lag al die tijd in een la van de boekenkast op de logeerkamer. De afgelopen twee jaar ligt de kaart in het mandje onder de voorstoel in de bus. Gisteravond had ik hem weer tevoorschijn gehaald. Nu was het eindelijk zo ver. Maar het weer gooit roet in het eten. Het regent vrijwel continu, en volgens de weersvoorspellingen blijft het zo voor de rest van de week. De berg is gehuld in dikke bewolking. De dichtstbijzijnde parkeerplaats aan Achintee Road staat ondanks het slechte weer helemaal vol. Toevallig reed er net een camper weg, en kon ik zijn plekje innemen, maar de auto’s staan dicht op elkaar en er was nauwelijks ruimte voor de honden om even buiten naast de bus te staan. Om hier nu dagenlang op beter weer te wachten zie ik echt niet zitten, maar ik baal ontzettend en het duurt even voordat ik weer kan genieten van het landschap om mij heen. Ik besluit om helemaal door te rijden naar Cullin Hills op Isle of Skye. We rijden langs talloze meren, bergen en rivieren. Hele stukken ervan zijn onbewoond. Het weer blijft wisselvallig en meestal is alles bedekt onder een dikke laag bewolking, en heel soms komt de zon even tevoorschijn en verlicht de toppen van de bergen aan de overkant van een meer. Via Skye Bridge komen we een aantal uren later op Skye aan, en sla ik bij Broadford een klein weggetje, de B8083, in. Het is toch altijd weer een gok om te zien waar je terrecht komt: is er nog plek?, mag je er overnachten?, en zijn er wandelroutes waar de honden ook mogen lopen? Even schrik ik en denk dat de hekken van Bla Bheinn Car Park gesloten zijn, maar dat is gelukkig niet het geval. Er staan hoge hekken aan weerskanten van het wildrooster, dat toegang verleent tot de parkeerplaats. Het is speels ingedeeld met hier en daar kleine plateaus om te parkeren. Er is veel begroeiing aan de zijkanten en er staat een toilethuisje in het midden. Ik parkeer in een hoekje, waar lang gras, heide en wilgen staan, met uitzicht op de Bla Beinn, de hoogste berg van Skye. De toilet is niet aangesloten op het riool, maar bestaat uit een gat in de grond, waar af en toe wat zaagsel wordt bijgegooid. Aan de achterkant van het houten toilethuisje is een regenton met een kraantje, maar het is helaas geen water geschikt om te drinken. Dat is jammer, want mijn watervoorraad begint op te raken, en ik had graag mijn jerrycans willen bijvullen. Er staan ook geen vuilnisbakken. Steeds vaker zie ik een bordje waarop staat dat je je vuilnis mee naar huis moet nemen. Dat is op zich geen probleem, zij het dat ik al bijna twee maanden op reis ben. Ik heb inmiddels al een paar kleine gevulde vuilniszakjes achterin de bus liggen, en het begint een beetje te ruiken. Dat zijn een paar van de ongemakken waar je als nomadereiziger tegenaan loopt.

Ik loop met de honden een klein pad dat langs een lange rotskam loopt, en we kijken uit over Loch Slapin. Aan de overkant zien we de huisjes van Torrin liggen. ’s Avonds blijven er vier andere camperbusjes staan. Dat geeft toch een beetje gezelschap op afstand. Het zonnetje komt alsnog tevoorschijn, en daarmee ook de midgets. Ik pak het muggennet, dat ik vorig jaar rond deze tijd in Zweden het gekocht, en hang het weer op aan de haakjes voor de opening van de schuifdeur. Het werkt, en ik kan de theedoek waarmee ik de vliegjes wegsloeg, weer terugleggen in het kastje. Ik bak wat brood met kaas op in een koekenpannetje, als een soort tosti. De honden krijgen de korsten met extra dik boter. Ze lijken gelukkig weer wat aan te komen. Dat mag ook wel, want ze krijgen momenteel anderhalf keer zoveel brokken als normaal. Ik had, voordat ik naar Skye overstak, nog boodschappen gedaan in Fort William. De koeltas puilt weer uit met vers fruit, groente, boter, kaas en brood. En natuurlijk sluit ik de dag af met warme chocolademelk en een groot stuk chocola. De honden liggen tevreden te slapen.







