Gejammer uit een diepe snee in de berg

Ik voel de warmte van de zon op mijn gezicht. Hij komt net op vanachter de Meall Dearg en Mullach an Rathain, een stel bergen in het Torridon gebied. Het pad stijgt geleidelijk, maar toch drupt het zweet alweer langs mijn gezicht. Met een kleine handdoek, die aan de zijkant van mijn rugzak is geknoopt, wrijf ik het weg. Mijn benen voelen zwaar vandaag. Het is net alsof ik niet vooruit kom. Na al die bergwandelingen zou je toch denken dat ik aardig getraind ben, maar misschien heb ik wat teveel van mijn lichaam gevraagd de afgelopen weken. Ik struikel voor de tweede keer over een steen, en dat is eigenlijk toch ook een teken van vermoeidheid. Het geluid van de stromende rivier is overweldigend. Het overstemt alles, en we horen niks anders dan dat. Via een houten bruggetje steken we de rivier over. Even verderop splitst het wandelpad zich in tweeën. De één gaat richting Beinn Alligin, een flinke berg, die twee toppen heeft: de Tom na Gruagaich van 922 meter naar het zuiden, en Sgurr Mhor op 986 meter naar het noorden. Het is steil en we zouden diverse steenvelden moeten doorkruisen. Het andere pad gaat door de vallei en eindigt dertien kilometer verder bij Coire Dubn. Het liefst beklim ik een berg, maar ik kies voor de vallei. ‘We doen het rustig aan vandaag,’ zeg ik tegen de honden. Ik heb geen spijt van mijn keuze, want we lopen we lopen door een spectaculair berglandschap tussen de Liathach, Beinn Alligin, Beinn Dearg en de Ben Eighe. Allen imposante bergen met gelaagde stenen rotskammen. We lopen de helft van de wandeling tot aan Loch Grobaig, dat aan de voet van de Liathach ligt. Dat kost ons al ruim twee uur, en we pauzeren een tijdje. Ik zit op een steen, en Mika komt naast me liggen. Moran is nog jong en ongeduldig, en scharrelt rond tussen de stenen van de rivierbedding. Tijdens het wandelen heb ik toch weer energie opgedaan, en ik voel me sterk en vredig door de natuur. De terugweg kost anderhalf uur, iets minder dan de heenweg, want we zijn ongemerkt toch vierhonderd meter gestegen. We bereiken de kloof, die ook langs de parkeerplaats loopt. Deze staat bekend als Eag Dhubn na h-Eigheachd, dat in het Schots-Gaelisch ‘zwarte snee van het gejammer’, betekent. Het is het litteken van één van de meest spectaculaire rotsverschuivingen in Schotland, die uitmondt in de corrie van Toll a’ Mhadaidh Mor. Het vond ongeveer vierduizend jaar geleden plaats, en volgens de plaatselijke folklore hoorden herders geschreeuw uit de snee. Degenen die erop af gingen, werden nooit meer weer gezien. Een fijn idee dus. Terug bij de bus besluit ik om nog een nachtje te blijven staan. Morgen schijnt een regenachtige dag te worden, dus die gebruiken we om te rijden. Voor nu genieten we nog van de zon, zittend in de deuropening van de bus.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Plaats een reactie