Isle of Skye

Ik glijd voor de zoveelste keer uit, en er valt wat gesteente achter me omlaag. Het klettert over de andere stenen. Mika en Moran klimmen behendig over de puinhellingen omhoog, maar ik stuntel er onhandig achteraan. Af en toe regent het zachtjes, en dat maakt de stenen nog gladder. We zitten net onder de top van Bla Bheinn. De bewolking verschuift een beetje, en kunnen we even de schuine rotsige top weer zien. Ik klim tot aan een grote steen. ‘We gaan tot hier, jongens,’ zeg ik tegen de honden. Het laatste stuk bestaat uit nog meer puinhellingen en rotswanden. Ik denk dat je er minstens een klimgordel en touw voor nodig hebt om daar te komen. We kijken in stilte uit over de bergen om ons heen. De bergen die wat verder weg zijn, zijn gesluierd in wolken en regen. De bergen die wat dichterbij zijn, lichten op in de zon, weelderig van de groene vegetatie. We horen het geluid van stromende rivieren en watervallen weerkaatsen tegen de rotswanden. Hier en daar staan dotten paarse heide planten in bloei. Roze bloempjes groeien rondom en tussen de stenen. Het waait hard op deze hoogte, en ik koel alweer snel af. Voorzichtig beginnen we aan onze afdaling over het loszittende gesteente. We doorkruisen diverse rivieren, en mijn bijna droge schoenen zijn alweer nat. Ik laat de honden van de heupriem, en we springen van steen naar steen. Moran vindt het allemaal geweldig, en doet het minstens drie keer over. ‘Ja Moran, nou heb ik het wel gezien, heel knap hoor,’

Na de Bla Bheinn vertrekken we halverwege de middag en rijden in een paar uurtjes door de lengte van Skye, een prachtige route langs en over de bergen. Bij Rha Waterfalls nemen we de afslag naar de A855 en rijden we door de kop van Skye. Het betreft weer een eenbaansweggetje, maar gelukkig zijn er veel passeerplaatsen. Ik kom nu veel campers tegen, vooral Duitsers met van die kolossale campers die breed op de weg liggen. Er staan er ook veel geparkeerd op een parkeerplekje langs de weg met uitzicht op de oceaan. Ik heb een klein parkeerplaatsje uitgezocht bij Rubha Hunish, het meest noordelijke puntje van Skye, maar ik hoop dat er nog plek is. Bij een rode telefooncel draai ik een klein weggetje op en met een zucht van verlichting parkeer ik de bus in een hoek van het parkeerplaatsje. Er is amper ruimte voor acht auto’s. Er staat één andere buscamper, en verder rijden er auto’s af en aan. Het is een populaire bestemming, en ondanks de regen wandelen mensen het pad naar de Rubha Hunish toe. Ik loop er samen met de honden een klein stukje van, maar het is al tegen zeven uur ’s avonds, en ik heb zin in eten. Snel trek ik de schuifdeur weer dicht, want het waait hard. Na vijf dagen in de bergen te hebben gestaan, staan we nu weer aan de kust. Uit welk raam van de bus we ook kijken, hebben we zicht op uitgestrekte groene heuvels en ik zie zelfs een klein reepje van de zee. Vanuit bed genieten we van ons uitzicht in onze schuddende bus.

Het zou regenen, maar we worden de volgende dag wakker met een klein zonnetje. Marte loopt een klein rondje, maar heeft er duidelijk geen zin in met die harde wind aan de kust. Ze staat al snel weer bij de bus om erin getild te worden. Samen met Mika en Moran volg ik de route naar Rubha Hunish. Rubha staat voor klif, punt of schiereiland. Er zijn er natuurlijk meer in Schotland, vooral op de Hebriden. We lopen eerst dwars door de weilanden over de hoogvlakte tussen de schapen. Tot nu toe mogen de honden, mits aangelijnd, altijd mee. Blijkbaar rennen de Schotse schapen, in tegenstelling tot de Ierse, niet in paniek van de klif af wanneer ze een aangelijnde hond zien. In de verte zien we op een hoge klif de restanten van een oud kasteel, Duntulm Castle. Iets dichterbij zien we nog meer restanten van kleine huisjes, die hier ooit op de Rubha hebben gestaan. Na een klein halfuurtje klimmen we het laatste stukje omhoog langs een bijna onzichtbaar modderig pad naar Meall Tuath. Bovenop de klif staat een klein huisje, genaamd ‘The Lookout’, dat vroeger van de kustwacht is geweest. Het doet nu dienst als overnachtingsplek voor de wandelaars. Een stuk voorbij het huisje is een steile afdaling naar de Hunish Headland, maar het is zo modderig en glad dat ik besluit bovenop de kliffen te blijven. Twee uurtjes later zijn we terug bij de bus en genieten we van een warm otbijt. De honden krijgen wat warm water over hun brokken, en ik zit aan de warme pap.

De vakantietijd is begonnen, en dat is duidelijk te merken aan de drukte op de weg, wanneer we halverwege de middag langs de oostkust van Isle of Skye rijden. Bij Kilt Rock and Mealt Falls Viewpoint Wil ik stoppen, maar ik zie al van verre dat het er volstaat met auto’s en campers. Twee busladingen vol met mensen stappen net uit. Hoewel ik de waterval die vanaf de klif de zee inloopt graag had willen zien, rijd ik door. Dit is me echt te druk. Tussen een mensenmassa raak ik altijd van slag, en neem dan toch niets meer in me op. We rijden verder met aan de rechterkant de bergen en links de zee. Het valt me op dat op elk bordje van de B&B’s ‘no vacancies’ staat. Dat betekent dat het helemaal vol zit. Ik vraag me af of ik überhaupt nog terrecht zou kunnen op een camping of dat deze ook helemaal volgeboekt zijn. Niet heel veel verder wil ik stoppen bij The Brother’s Point, waar prachtige rotsformaties schijnen te zijn, maar ook hier krioelt het weer van de mensen. Ik baal ontzettend, maar rijd weer door. We verlaten Skye, en ik besluit richting Torridon te rijden. Ik pak de A896, een kronkelende bergpas langs de meest indrukwekkende bergen en meren. Ik kom nauwelijks meer een auto of camper tegen, en dat voelt meteen minder benauwend. Er staan hier en daar een paar campers bij een meer geparkeerd, en ik zou er zo tussen kunnen gaan staan, maar ik rijd door tot Beinn Alligin Car Park. Een klein parkeerplaatsje aan een klein weggetje, waar helemaal niemand staat. Vanaf hier start een wandelroute die ik morgen graag met de honden wil lopen. Het is al tegen zessen, en ik ben moe van de lange rit. We zijn ruim vier uur onderweg geweest. Tussendoor ben ik even gestopt in een klein rustig dorpje, waar ik mijn vuilniszakjes kon weggooien en mijn jerrycans met water heb aangevuld bij een openbaar toilet. Het voelt goed om weer voldoende voorraad aan water te hebben voor minstens een week. Ik kook weer mijn bekende potje met spaghetti, vis, groente en gesmolten kaas, waarvan de honden mee smullen, en na een korte avondronde gaan we naar bed. Naast het parkeerplaatsje loopt een diepe kloof, waar een rivier doorheen raast. Afgelopen nacht was het de wind, maar vannacht is het het geluid van stromend water waarop we in slaap vallen.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Plaats een reactie