Op weg naar Noorwegen

Vol anticipatie, maar toch ook een beetje spanning draaien we in Heerde de weg op. Marte ligt weer in haar mand bij de voorstoel, Mika op bed en Moran krult zich meteen weer naast mij op de bijrijdersstoel op. De zon schijnt, maar het is gelukkig niet meer zo warm als het de afgelopen weken is geweest. Hopelijk krijgt Marte weer wat meer energie in het koude Noorden.

Binnen een uurtje rijden we de grens naar Duitsland over, en vijf uur later passeren we de grens bij Denemarken. Het is inmiddels al tegen acht uur ’s avonds, en het begint te schemeren. Ik draai de Fjordvejen op, die langs Flensborg Fjord loopt. Er liggen verschillende parkeerplaatsen langs het water, maar overal staan bordjes met ‘no camping’ erop. Wat bedoelen ze daarmee? Mag er enkel niet gekampeerd worden in een tentje of mag er ook niet overnacht worden in een camper? Er staan huizen in de buurt, dus voor de zekerheid rijd ik maar door. Volgens Park4Night ligt er net voorbij Kollund Osterkov een parkeerplaatsje waar je mag overnachten. Tot mijn opluchting klopt deze informatie. Ik zie geen bordje staan met dat kamperen verboden is. Er staat één klein ander busje. Een vrouw zit met een bord op schoot in de deuropening te eten. We groeten elkaar even kort, en daarna loop ik snel door met de honden naar de oevers van het fjord. Daar laat ik ze rennen over het smalle strookje zand en stenen. Samen met Marte loop ik over de zachte dode planten, die door de golfbeweging een lange lijn over het zand trekken, terwijl Mika en Moran voor ons uit rennen. In de verte zie ik Moran wat zeevogels opjagen, die haastig omhoog vliegen. Zij is alweer helemaal in haar element. Het nomadenleven zit nu al in haar bloed. Terug bij de bus eet ik van de aardappelsalade, die ik nog voor vertrek uit Nederland had klaargemaakt. Daarna gaan we snel slapen.

We slapen slecht, die eerste nacht op reis. Het is benauwd in de bus, en ik hoor Marte hijgen. Om half drie ’s nachts open ik de schuifdeur, en laat Marte aan de lange lijn buiten in het gras slapen. Mika en Moran maken gelukkig geen aanstalten om buiten te willen slapen, dus ik laat de deur op een kleine kier.

Na deze onrustige nacht vertrekken we al vroeg in de ochtend, en rijden weer uren over de snelweg. Halverwege de middag vind ik een plekje aan de kust bij Eneskogstorp in Zweden. Ik parkeer de bus onder een boompje, en we stappen uit. Er staan meerdere campers, ieder met een eigen stukje gras. Er is voldoende ruimte voor de honden om te rennen, en al snel spelen Mika en Moran een stukje verderop in het water. De zon schijnt, maar er waait een verkoelend briesje over het water. Marte ligt uitgebreid te rollen in het lange gras. De plek voelt goed, en ik eet de overgebleven aardappelsalade met meer smaak dan de dag ervoor.
Er hangt wel een beetje een vreemde geur, en na een tijdje word ik me ook bewust van een lage aanhoudende toon. Achter ons blijkt een saneringsbedrijf te zitten. Daar komt het geluid vandaan, maar of de geur ook van hen afkomstig is, blijft mij onduidelijk. Deze kan ook het rottingsproces van de planten aan de kust zijn, in combinatie met het zoute water. Het lijkt op sommige plekken bijna op een moeras, en er zijn veel vliegen.

Aan het einde van de middag maken we een lange wandeling, zodat Moran haar overtollige energie een beetje kwijtraakt. Ze is erg druk, en ik weet niet of dat komt omdat we de afgelopen twee dagen gemiddeld zes uur per dag in de bus hebben gereden of omdat ze toch weer even moet wennen aan het afwisselende bestaan van een nomade.
In de avond genieten we van een mooie zonsondergang over het water. Het koelt af, en we slapen die nacht een stuk beter.

Na een flinke wandeling, vertrekken we pas in de middag richting Noorwegen. Drie en een half uur later passeren we de Noorse grens. Het is alweer aan het einde van de middag, en ik vind al snel een parkeerplaats net voorbij Tristedalen aan het meer Femsjoen. Het is er rustig, en er staan maar een paar auto’s. Mika en Moran rennen er vrij rond over het stuk zandstrand langs het water. Ik loop ondertussen naar het informatiebord, en lees dat hier niet gekampeerd mag worden. Maar eronder hangt een geplastificeerd A-viertje met dat er voor tweehonderd Noorse kronen mag worden overnacht. Het geld kan je overmaken op het opgegeven banknummer onder vermelding van je kenteken. Ik twijfel, want ik vind die twintig euro wel erg veel geld voor een toilet, dat niet meer dan een gat in de grond is, en een paar vuilnisbakken. Na wat wikken en wegen besluit ik om niet te betalen. Ik vind het papiertje wel erg provisorisch overkomen, en er staat ook niet bij vermeld van wie of welke organisatie het afkomstig is.
Ik bak de laatste paar sneden brood met kaas op in een koekenpannetje. Daarbij eet ik een salade van het laatste stukje komkommer, wat tomaten en rucola uit de koeltas. Als toetje neem ik de laatste stukken meloen. Nu zijn alle verse producten op.
Wanneer we die avond in bed liggen, horen we nog wat auto’s af en aan rijden, wat geschreeuw en harde muziek. We hadden toch wat verder van de mensen moeten afzitten, bedenk ik me.

‘Eindelijk zijn we weer in de bergen,’ zeg ik tegen de honden, terwijl we langzaam met de bus omhoog klimmen over de RV 51 dwars door Valdres Natur- og Kulturpark. Aan weerskanten van de weg herrijzen de bergen, uitgestrekte groene vlaktes met grote stenen en rotskammen. ‘Ooit moet ik in de bergen hebben geleefd, want het voelt als thuiskomen.’ Mika springt van het bed en komt naast me staan. Hij kan met uitgestrekte nek net over het dashboard heenkijken en snuift diep. Hij ruikt de bergen. Moran gaat rechtop zitten in de bijrijdersstoel. Alleen Marte heeft niks meer door. Die slaapt rustig verder in haar mand.
We rijden naar een parkeerplaatsje bij Valdresflya, dat een gebied rondom de RV 51 beslaat op een hoogte van 1.389 meter. Er staan twee caravans en een camper, dus het is er heerlijk rustig. We stappen uit en kijken om ons heen, een 360 graden panorama aan bergen, ruig en kaal. ‘Eerst gaan we wat eten, en daarna wandelen,’ beloof ik de honden. We zaten vanochtend om negen uur alweer op de weg, en het is nu halverwege de middag. Ik kook het gebruikelijke potje spaghetti met vis en groente uit blik en veel gesmolten kaas, en verdeel dit over mijn bord en de bakken van de honden. Mika en Moran eten er gretig van, maar Marte ruikt er even aan en keert zich dan met haar rug naar haar etensbak toe. Ik maak me zorgen. Vanochtend weigerde ze ook al haar ontbijt, en de dag ervoor at ze met tegenzin. Ze is inmiddels veertien en een half jaar oud. Zou ze nu toch te oud worden voor het reizend nomadenbestaan? Het warme weer van de afgelopen weken vermoeide haar, maar hopelijk knapt ze weer op, nu we in de koele berglucht staan.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Plaats een reactie