Op zoek naar het Vestfjord Panorama

We rijden weer op de E6. Soms kom ik ogen tekort om naar al dat natuurpracht om ons heen te kijken, en tegelijkertijd mijn ogen op de weg te houden. We rijden langs talloze fjorden, met daarachter hoge bergen en rotspartijen. De tussenliggende dorpen worden steeds kleiner en sporadischer. Met de gekleurde huizen doet het bijna Alaskaans aan. Vooral, wanneer je dan ook nog iemand met een groot geweer over zijn schouder doodgemoedijk langs de weg ziet lopen.
We rijden, met aan de linkerkant de imposante rotsige pieken van Sjunkhatten Nasjonalpark, en rechts de diepe kloven en granietblokken van Rago Nasjonalpark. Dit park grenst aan het Zweedse Sarek, Stora Sjofallet en Padjelanta, waar we het jaar ervoor nog hebben gewandeld en werden gebracht door de man met zijn bootje.

Aangekomen bij Bognes zie ik dat de ferry naar Skarberget tot eind maart volgend jaar niet vaart. Maar hoe kom je dan bij de Nordkapp? Tegenover het haventje zie ik een restaurant en besluit het daar maar te gaan vragen. ‘Zo’n veertig minuten terug staat er een bord langs de weg, die je verwijst naar Drag, van waar een ferry naar Kjopsvik gaat,’ zegt de vrouw van het restaurant. Ik knik. Ik heb inderdaad een bord met een kruis door de plaatsnaam Narvik zien staan, maar daarna weer niet, dus ik dacht dat het een vergeten bord na wegwerkzaamheden was. De vrouw vraagt rond in het restaurant wat ik nu het beste kan doen. ‘Neem vanaf hier de ferry naar Lodingen. Die doet er een uur over, maar dat is beter dan dat je een heel stuk terug moet rijden,’ adviseert ze. Ik ga met de bus in de wachtrij voor de ferry staan, die om het uur naar Lodingen gaat. De honden zijn de overtochten per boot inmiddels gewend, en blijven rustig zitten, terwijl ik mijn tas pak en de schuifdeur achter me dicht trek. Er is een kleine deining op het water, en donkere wolken pakken zich samen over de bergen. De zon probeert uit alle macht erdoorheen te schijnen, en een paar stralen lijken nog de oppervlakte van het water te raken, waardoor er een soort schouwspel tussen licht en donker ontstaat. Donkere schaduwen racen over het water.

Aangekomen in Lodingen, draai ik naar links en rijd zo’n tien kilometer naar het einde van het weggetje toe. Het is een klein parkeerplaatsje dat tegen een beboste rotsige helling ligt. Er is verder niemand, en alles oogt donker en verlaten. Toch zou even verderop het Vestfjord Panorama moeten zijn. We lopen langs een soort poortwachtershuisje, dat gifgroen is geverfd. Er hangen verbleekte groengeblokte gordijnen voor de vierkante ramen. Er staat een witte plastic tuinstoel op de veranda, alsof de poortwachter even is opgestaan en zo weer terug is. De slagboom staat schuin omhoog, en ernaast een kromhangende lantaarnpaal. We lopen verder en lijken op een soort bedrijventerrein terecht te komen. Er staan verouderde gebouwen en loodsen. Mijn humeur wordt er niet beter op. Nou, waar is dat panorama? We lopen nog een stukje verder, en kunnen inderdaad in de verte het blauwe water van het 155 kilometer lange vestfjord van de Lofoten net een beetje zien. Het zicht wordt belemmerd door grote betonnen bunkers, die in de rotsen zijn gebouwd. Ze zijn dichtgemetseld en overgroeid met planten. Het valt me allemaal een beetje tegen. Voor Marte is dit loopje ver genoeg, en we keren terug over het bedrijventerrein. Hoewel ik het niet de meest prettige plek vindt, is het al tegen acht uur in de avond, en heb ik geen zin om nog iets anders te zoeken. ‘Kom jongens, we gaan lekker vroeg naar bed.’

Het miezert een beetje de volgende ochtend. Het is voor het eerst sinds ik in Noorwegen ben dat het regent. De wolken hangen laag over de bergen, en alles oogt donker en grauw. Maar de honden moeten naar buiten. ‘Kom, we gaan dat Vestfjord Panorama ontdekken,’ zeg ik tegen ze. We volgen de route naar Skjavika. Het is een prachtige rondwandeling langs het fjord. Het stopt met regenen, en de zon komt achter de wolken vandaan en kleurt het water ijzigblauw. De geel en rode herfstkleuren zijn aan de oevers en achterliggende bergen te zien. Huizen staan her en der verspreid aan de voet van de bergen, uitkijkend over het water. Verfrist komen we terug van onze wandeling.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Plaats een reactie