We kijken uit over grote rotsen met ertussen een groen, geel en rood tapijt aan mossen en andere lage begroeiing. In de diepte zien we het meer Takvatnet, met eromheen de besneeuwde bergtoppen van onder andere het Ovre Dividal Nasjonalpark. Je kunt het park inrijden en de Fv173 helemaal tot het einde volgen. Vanaf de parkeerplaats lopen meerdere gemarkeerde routes, waarvan er één langs de Jerta loopt, het hoogste punt van het park. Het landschap bestaat uit bos, rivierdalen en kloven, veen en fjell.
Ik sta samen met Mika en Moran aan de rand van het park, niet ver vanaf de Sami Shop Heia. Achter het bushokje vond ik bij toeval een route de berg op. Het is een smal modderig pad op omhoog, maar zogauw je boven de boomgrens uitkomt, is het uitzicht spectaculair. We vervolgen onze route over de harde rotsachtige grond. De wind is ijzigkoud op deze hoogte. Ik draag drie lagen kleding, en heb een muts op en handschoenen aan. Mijn neus en lippen zijn schraal van de kou. Mijn gezicht en handen voelen ruw en droog aan. Ik vet alles dik in, maar bij mijn neus is de huid kapot, en begint het te schrijnen. We stappen stevig door. Elke keer wanneer we denken het hoogste punt te hebben bereikt, zien we een stukje verder een topje dat weer net iets hoger ligt. ‘Daar stoppen we,’ zeg ik tegen de honden, wijzend naar een grote hoop stenen in de verte. Mika en Moran rennen voor me uit. Op deze kale hoogte mogen ze wel even van de riem. Trots staan ze met hun neuzen in de wind. Mika plast tegen de stenen toren aan. ‘Dan weten ze tenminste dat je hier bent geweest,’ zeg ik tegen hem.







