Dezelfde hoge berg

Samen met Mika maak ik een wandeling, waarbij we dit keer de Torre van de westkant benaderen. We dalen eerst af naar een meer en klimmen daarna over grote rotskammen omhoog. De ronde stenen liggen als rommelige hunebedden door het landschap verspreid. De verharde stukken mos knisperen onder onze voeten. Stroompjes water zijn verstild tot gladde stukken ijs, waarover zowel Mika als ik uitglijden. Voorzichtig loop ik over stukken sneeuw, hopende dat ik niet in een gat val.
Plotsklaps steekt er een donkergrijze vos voor ons over. Hij loopt op een paar meter afstand soepeltjes met zijn grote pluimstaart in de lucht voor ons langs en verdwijnt in het groen. Even was hij er. En toen niet meer. Ik klik Mika aan de riem. Terwijl we verder lopen, kijkt hij nog regelmatig achterom en probeert de geur van de vos op te snuiven. Wat een bijzonder moment.
Het laatste stuk is te steil voor ons om te klimmen. Zelfs Mika haalt het met zijn grote sprongen niet meer. We hoeven de top ook niet te halen, de weg ernaar toe was prachtig.

Hoge berg

Ik parkeer de bus bij Cavao de Ametade in het natuurgebied Serra da Estrela, dat in de luwte van de Torre ligt. Met haar 2351 meter is de Torre de hoogste berg van Portugal.


We laten Marte rustig slapen in de bus, en volgen een pad richting de Torre. We lopen eerst langs een klein riviertje door een dal tussen de witte stammen van kale berkenbomen. Een meneer in wandelkleding en met een houten wandelstok, waarop hij met zijn rechterhand steunt, komt ons tegemoet en vertelt dat hij in het dorp hieronder woont en hier vaak wandelt. ‘De rivier begint daar,’ zegt hij, terwijl hij naar boven wijst. ‘Drie weken geleden lag het hier nog vol met sneeuw.’


Algauw begint de steile klim omhoog. Het pad is nauwelijks zichtbaar, en we volgen de stenen torentjes die hier en daar geplaatst zijn. Ik grijp met beide handen de uitsteeksels van rotsen vast en trek me omhoog. We springen van steen naar steen. We laten het dal achter ons en lopen tussen twee bergkammen door een volgend dal in. De Torre strekt zich recht voor ons uit. In de spleten van de berg ligt nog sneeuw. Het wit steekt fel af tegen het donkere gesteente.


Bovenop een bergkam tegenover de Torre blijven we even staan en genieten van het indrukwekkende uitzicht op deze hoogte.
Daarna gaan we dezelfde weg terug. ‘Ik kan straks na veertig jaar de spagaat weer,’ mopper ik tegen Mika, terwijl hij op een afstand mijn geklungel verwonderd bekijkt. Hij springt als een berg geitje van steen naar steen. Ik voel mijn heupen branden en de schokken van het dalen in mijn rug. Ik zweet, maar de koude bergwind verkoelt onmiddellijk.


Aan het einde van de middag verdwijnt de zon achter de berg, en het wordt meteen een stuk kouder. We hebben nog niet eerder overnacht op bijna tweeduizend meter hoogte. Ik pak mijn tweede winterdekbed erbij en leg deze dubbelgevouwen over me heen. Met een warme kruik tegen mijn rug en Mika gedrapeerd over mijn benen vallen we in slaap op het ritme van het stromende riviertje naast onze bus.

Wandelen door de wolken

Ik ril terwijl ik mijn natte broek, sokken en schoenen aantrek. Het liefst houd ik mijn warme kleding aan, maar met nog meer regen op komst kan ik het niet riskeren om nog meer natte kleding in mijn bus te hebben. Er is simpelweg geen plek en het maakt de bus alleen maar vochtiger. Hopelijk loop ik mijn kleding en schoenen droog. Achter de bus loopt een bospad langs de heuvel omlaag. De bomen tekenen donker af tegen de mysterieuze witte wolken. We lopen stevig door om warm te blijven.

Marvao, Serra da Sao Mamede

Cultureel uitje

Elk kwartier schalt het geklingel van de klok van het kerkje Igreja de Santa Maria over het Middeleeuwse stadje heen.
We lopen langs de metershoge vestingmuren van Marvao, dat volledig ommuurd is, naar het kasteel bovenop een granieten klif. Met elke bocht volgt een nieuw gangetje of trappetje, waardoor we steeds dieper het kasteel binnendringen. We lopen onder stenen bogen en met wit omlijste door, langs donkere en muffig ruikende bastions tot aan een ondergrondse cisterne. De muren glinsteren van het vocht. Diep in het kasteel ontwaart zich een binnenplaats met uit de rots gehouwen bankjes en een geblokte stenen vloer.
De zware houten deuren staan open, en we klimmen tot aan de kantelen van het kasteel op duizelingwekkende hoogte. Mika steekt zijn grote neus door elke opening van de dikke muren heen. Ik klik hem aan de heupriem, want hij heeft nog wel eens de neiging om op muurtjes te springen, en ik ben bang dat hij eraf valt.
Het uitzicht over de Serra da Sao Mamede is fenomenaal, een lappendeken aan kleine witte huisjes en nederzettingen, landerijen, groene heuvels en rotspartijen. In stilte proberen wij dit indrukwekkende uitzicht in ons op te nemen.

Romeinse indrukken

Ik word gewekt door de koekoek. Het geluid weerkaatst tegen de muren van het oude klooster, waarachter de camperplaats ligt. De zon komt net achter de witte muren tevoorschijn en verlicht de voorkant van de bus. Ik kleed me snel aan en open de schuifdeur. Marte en Mika springen uit de bus en snuffelen druk aan de graspollen die tussen de oneffen kleine grijze keien omhoog groeien. Delftsblauwe tegeltableaus versieren het portiek van het klooster. Een stenen kruis met decoratieve gotische elementen staat voor de ingang op het kerkplein. De geruite ramen zijn omlijst door donkergeel pleisterwerk. Het wit op de muren begint hier en daar te schilferen, waarachter donkergrijze plekken zichtbaar worden.

Marvao, Serra da Sao Mamede

We maken een ochtendwandeling over een van de oude uit de Romeins stammende ezelspaden, die Marvao met omliggende dorpjes verbond. Bemoste stenen muurtjes met daarachter grillig gekromde kurkeiken buigen zich over het pad heen.
Halverwege de wandeling komen we een paar leegstaande huisjes en een oude stenen wasplaats tegen.

Ezelspad Marvao

Aan het water

De aan de binnenkant met hout betimmerde bus kraakt terwijl ik de gaten en kuilen in het wegdek probeer te vermijden. Het lampje aan het haakje in het plafond schudt gevaarlijk op en neer. Ik hoor de fles met amandellikeur rinkelen tegen de honingpot. De voerbakken van de honden verschuiven op de plank in het kastje tegen de pannetjes en de bestekbak aan, die ernaast staan.
We schudden alle kanten op, en ik zie via de achteruitkijkspiegel dat Mika van het bed afspringt en het schapenvachtje op de grond van de bus verkiest. Daar zit hij wat steviger ingeklemd tussen de twee zitbankjes in.

We rijden via kleine binnenweggetjes het natuurpark Vale do Guadiana uit, en ik vind na een paar uur rijden een plekje langs het water in de buurt van Luz, niet ver van de Spaanse grens af.
De bus staat verborgen achter een klein heuveltje, en is vanaf de weg niet te zien.
In de verte zijn de witte palen van de brug over het water zichtbaar, die de regio’s Beja en Evora verbindt. Het autoverkeer is als een zachte ruis in de verte.
Het water kabbelt rustig aan de waterkant, en de roep van verschillende watervogels schalt over het meer.

Waterval

Ik voel de ochtenddauw van het lange gras langzaam binnendringen in mijn broekspijpen en mijn schoenen. De kikkers kwaken net zo luid als de avond ervoor. Het water van de rivier stroomt over de langgerekte rotsbodem richting de zuidkust. Vogels vliegen laag over het water. Talloze insecten bewegen zich al zoemend door de groene vegetatie langs de drassige oevers.

Mika en ik volgen een klein pad over grote bemoste stenen, dode takken en bloemrijke oevers van de rivier Guadiana. Beide zijden van het water worden omringd door met mediterrane vegetatie bedekte heuvels en uitgestrekte laagvlaktes, die lopen van Corte Gafo tot aan het gebergte Serra de Serpa.

Na een uur en een kwartier bereiken we de waterval Pulo do Lobo. Het stromende water is al van ver te horen, dat neerklettert op de door het water ovaalgepolijste stenen in de diepte van de rivier.

Aan het einde van de wereld?

De naar rozenblaadjes geurende witte bloempjes met roze knopjes bedekken het kleine boompje als een warme deken. Rondom het stammetje liggen gekreukte kwetsbare witte blaadjes. De bijen zoemen rond, druk op zoek naar het zoet. Marte en Mika liggen beiden diep in slaap naast de manden die ik naast de bus heb neergezet. Het koele gras zingt hen in slaap.

Na een korte rit van nog geen anderhalf uur staan we nu aan de andere kant ten westen van Monchique. Behalve het zachte kabbelen van het water aan de oevers van het meer is het er doodstil. Er is geen mens te bekennen. Barragem de Odelouca is via een klein verhard weggetje te bereiken, en lijkt daarmee meteen aan het einde van de wereld.

Weer in de bergen

Voor een tweede nacht teistert de wind de bus. De volle maan verlicht door het dakraampje de binnenkant van de bus. Marte ligt in haar grote mand bij de voorstoel diep in slaap. Mika ligt tegen mijn benen aan op bed. Af en toe opent hij een oog wanneer de bus weer een flinke duw krijgt van de wind.

De avond ervoor heb ik de bus een paar honderd meter verplaatst naar een klein braakliggend terrein. Er staan wat restanten van een huis, een paar palen en afgebrokkelde stukken muur. Een dichte deken van mist omringt ons, en behalve wat stenen en heide heb ik geen idee hoe onze omgeving eruit ziet.

Van het een op het andere moment wordt het doodstil, alsof de volumeknop met een ruk omlaag is gedraaid. Er is geen zuchtje wind meer te horen. Ik gluur onder het gordijn door, en zie bewegingloze bomen donker afgetekend tegen een door de maan verlichte lucht.

Na twee dagen regen, wind en kou, worden we in de ochtend begroet door de warmte van de eerste zonnestralen door het dakraampje van de bus. Ik hoor de vogels fluiten. Het is een heerlijk gevoel om mijn bergschoenen aan te trekken met de zon op mijn rug, en niet al bibberend in de regen met verkleumde vingers mijn veters probeer te strikken. Voor het eerst kunnen we onze omgeving goed in ons opnemen. We kijken uit over een prachtig golvend heuvellandschap en zien in de verte het dorp Marmelete liggen. De kleine witte huisjes vormen een cirkel rondom de dorpskern. Ook zien we het blauw van het grote meer Barragem de Odiaxere. Op deze afstand heeft het de vorm van een banaan.

Na een wandeling van een klein uurtje samen met Marte en Mika, ontbijten we naast onze bus zittend op een grote steen, terwijl de zon ons geleidelijk opwarmt. Ik lepel van een bakje muesli, ondertussen genietend van de vogelgeluiden en de geur van natte heide drogend in de zon. De telefoon ligt dan eindelijk weer op te laden, nu ik weer zon heb. En mijn natte sok, die ik gisteravond opliep met het plasrondje van de honden door in een modderpoel te stappen, hangt te drogen aan de buitenspiegel van de bus.

Kleine watervalletjes doorkruisen ons pad langs de heuvelrug. We kijken in een dal, waar het gehucht Barbelotte zich aftekent tegen de groene in de lengte ommuurde weiden. De stenen breuklijnen in het landschap doen mij denken aan Inca-architectuur. We volgen gedeeltelijk een aangegeven route over de toppen van de Fóia (902m) en de Picota (774m). Mika loopt vrolijk voor mij uit. De inmiddels opgedroogde modder valt in kluiten van zijn vacht af. Zijn tong hangt uit zijn bek in wat lijkt een scheve grijns, en hij kijkt me zielsgelukkig aan. Ik denk aan mijn net fris gewassen dekens en matjes, en moet hardop lachen. De geur van robijntje is na twee dagen in de bus alweer verdwenen.

Weer op reis

Langzaam rijden we langs een smal weggetje omhoog. Bij sommige haarspeldbochten schakel ik een stukje achteruit en daarna weer vooruit om de bocht te kunnen nemen. Het wordt steeds mistiger en het begint zachtjes te mieseren. Op een klein parkeerplaatsje langs de bergketen Serra de Monchique zet ik de bus naast een natuurlijke bron. Het klinkt als een klein watervalletje.

Voor het eerst sinds twee maanden pak ik mijn bergschoenen om aan te trekken. Marte en Mika staan al te popelen bij de schuifdeur. Ze springen uit de bus en kijken een mistig dal in. We maken een wandeling van een klein uurtje. Er waait een kille wind. Ik heb mijn dikke fleece trui met daarover mijn windjack aan, en ik heb mijn wollen muts op. Soms trekt de mist even op en kijken we uit over het westelijke deel van de Algarve. Men zegt dat op zonnige dagen de Atlantische Oceaan vanaf de Monchique bergen te zien is.

De Serra de Monchique is een bergketen in het westelijke deel van de Algarve in Portugal. Het gebied is rijk aan flora en fauna, en wordt daarom ook wel de ‘tuin van de Algarve’ genoemd.

Na de wandeling halverwege de middag maak ik spaghetti met een blikje groenten en een blikje vis klaar. Marte en Mika eten hun brokjes op en gaan daarna naast de bus liggen. Ik verbaas me erover hoe makkelijk zij, na zes weken in een comfortabel appartement te hebben gewoond, het nomadeleven in de bus weer oppakken. Ze gaan als vanzelfsprekend op het grind naast de bus liggen alsof die heerlijke zachte bank niet heeft bestaan.
Ik heb er meer moeite mee. Al weken keek ik uit naar het moment dat ik weer zou gaan reizen, maar het is nu even slikken. Ik verlang terug naar ons warme huisje in Portimão, en ik droom even weg. Ik zou een lekkere warme douche hebben genomen, een pizza uit de oven en languit liggend op de bank tv hebben gekeken. Nu zit ik dik aangekleed in een bus kijkend naar een grijze lucht. Ik maak weer gebruik van mijn droogtoilet.
De komende vier dagen blijft het bewolkt en regenachtig, en ik realiseer me dat ik heel zuinig met mijn stroom moet doen. Vanavond maar geen lichten op de huishoudaccu aan, maar een boek lezen met mijn hoofdlampje op. ‘Ook dat nog’ verzucht ik tegen de honden.