De parkeerplaats bij Söderåsens is vrij toeristisch en biedt voor de camperaar geen mogelijkheid om te overnachten. Dus aan het begin van de avond rijd ik een klein stukje naar een parkeerplaats aan de andere kant van het natuurgebied in de buurt van Klåveröd. Het laatste stuk is een paar honderd meter langs een smal zandpad het bos in.
We stappen uit, en het enige wat we horen is het getjilp van de vogels.
Ook hier is weer een ‘toalet’ aanwezig, weliswaar bestaande uit een gat in de grond, maar er hangt zelf toiletpapier. Niet ver vanaf het roodbruine toiletgebouwtje staat een grote vuilnisbak. De grote stevige picknicktafels zijn er ook weer, mooi geplaatst tussen de bomen.

We lopen een laatste rondje door het naaldbos, rijen van bijna ondoordringbare dennen op een zacht tapijt van donkergroen mos. Zwarte watertjes vormen zich tussen de blootliggende wortels van de dennen. Een gevoel van vrijheid overvalt me. Wat is het toch fijn om te kunnen gaan en staan waar je wilt, zonder dat er meteen handhaving voor je neus staat.
Terwijl Marte en Mika terug in de bus al diep in slaap zijn, blijf ik vanuit bed uit het achterraampje kijken totdat het donker het bos om ons heen onzichtbaar maakt.








































