Vrijheid

De parkeerplaats bij Söderåsens is vrij toeristisch en biedt voor de camperaar geen mogelijkheid om te overnachten. Dus aan het begin van de avond rijd ik een klein stukje naar een parkeerplaats aan de andere kant van het natuurgebied in de buurt van Klåveröd. Het laatste stuk is een paar honderd meter langs een smal zandpad het bos in.
We stappen uit, en het enige wat we horen is het getjilp van de vogels.
Ook hier is weer een ‘toalet’ aanwezig, weliswaar bestaande uit een gat in de grond, maar er hangt zelf toiletpapier. Niet ver vanaf het roodbruine toiletgebouwtje staat een grote vuilnisbak. De grote stevige picknicktafels zijn er ook weer, mooi geplaatst tussen de bomen.

We lopen een laatste rondje door het naaldbos, rijen van bijna ondoordringbare dennen op een zacht tapijt van donkergroen mos. Zwarte watertjes vormen zich tussen de blootliggende wortels van de dennen. Een gevoel van vrijheid overvalt me. Wat is het toch fijn om te kunnen gaan en staan waar je wilt, zonder dat er meteen handhaving voor je neus staat.
Terwijl Marte en Mika terug in de bus al diep in slaap zijn, blijf ik vanuit bed uit het achterraampje kijken totdat het donker het bos om ons heen onzichtbaar maakt.

Ruimte en rust

We worden deze ochtend pas om negen uur wakker, en ik realiseer me dat we de klok heb rondgeslapen. De zon reflecteert op het water door de voorruit van de bus in. De warmte ervan is al voelbaar. Wat is het toch heerlijk om zo wakker te worden.
Ik maak een uitgebreid ontbijt met kaas, avocado en tomaat op roggebrood, dat ik met smaak opeet in de deuropening van mijn bus.
Ik stuur een berichtje naar de mensen bij wie ik een maand vrijwilligerswerk op een off-grid boerderij ga doen, dat ik een weekje eerder ben aangekomen in Zweden, maar nog graag wat dagen wil rondreizen. ‘Neem zoveel tijd als je wilt,’ schrijven ze terug.

Ik wil niet al te ver rijden op onze eerste dag in Zweden, en ik vind een natuurgebied op een uurtje afstand. We volgen weer de binnenweggetjes als vanouds en ik geniet van het glooiende groene landschap. De Zweedse huizen zijn een mengelmoesje van steen, hout en prefab, maar hoe verder we het stedelijk gebied achter ons laten hoe meer van de typisch Zweedse roodbruine houten huizen we tegenkomen. Ze hebben grote tuinen rondom, en alles ademt ruimte en rust.

Mika en ik lopen in een kloof langs stromend water met aan weerskanten gedeeltelijk beboste puinhellingen. Het stenen pad is nog nat van de regen, maar inmiddels schijnt de zon. Langzaam klimmen we omhoog uit de kloof. Ik voel mijn kuiten branden nu ik de extra kilo’s van Paasbrood en chocolade eieren mee tors. Van bovenaf kijken we in de 90-meter diepe Skaralidsdalen vallei. Het landschap bestaat uit gemengd bos met berken, beuken en dennenbomen. Er liggen grote hopen stenen, basalt en lava, welke zijn ontstaan uit een vulkaan van 110 miljoen jaar geleden. We ademen de boslucht met diepe teugen in. Eindelijk verdwijnt het beklemmende gevoel, dat de afgelopen weken in Nederland steeds erger werd. Ik had gedacht dat enige verzadiging na zeven maanden reizen wel had plaatsgevonden. Maar het tegendeel is gebleken, mijn hunkering naar reizen is alleen maar sterker geworden. Ik moest en zou reizen, weg uit Nederland. Het doen van vrijwilligerswerk op een boerderij in Zweden bood de uitkomst, en lijkt me ook nog een mooie manier om het land en de mensen te leren kennen. Met een vrijwilligersovereenkomst ben ik de grens overgekomen. Daarna hoop ik nog een paar maanden door Scandinavië te kunnen reizen.

Weer op reis

Ik kijk uit over het water en zie in de verte, onder een donkergrijs wolkendek, de lichtjes van Kopenhagen. Een sterke siltige geur komt met de wind onze kant op. Verschillende soorten watervogels lopen over het stenen strand op zoek naar voedsel.
Ik neem voorzichtige slokjes van mijn hete thee en masseer mijn pijnlijke schouders. Na ruim tien uur op de weg, dreunt het geluid van de motor van de bus nog altijd in mijn oren.
Vanochtendvroeg zijn we om half zes vertrokken uit Norg. Een snel plasrondje met de honden, een banaan voor ontbijt en thee uit de thermosfles, en toen in een ruk door naar Zweden. De uitslag van de PCR test was immers maar 48 uur geldig, en ik was al 20 uur kwijt voordat de uitslag per mail werd toegezonden. De grenscontrole bij zowel Denemarken als Zweden was minimaal, en ik vraag me af in hoeverre de echtheid van het dure reisdocument werd getoetst.

Net voorbij Malmo vind ik een klein parkeerplaatsje bij Habo Ljung. Een vrolijk beschilderd gebouwtje naast het parkeerterrein blijkt een toilet te zijn. Aan de zijkant van het toiletgebouwtje is een douche, weliswaar met enkel koud water. Even verderop staat een vuilnisbak. Verder staan er een paar stevige houten picknicktafels met banken en een stenen bak met een rooster om te barbecuen.
Marte en Mika scharrelen een beetje rond totdat de volgende regenbui zich aandient. Ze springen in de bus en ik schuif de deur dicht. We zijn allemaal moe van de lange reis en gaan naar bed terwijl het nog licht is. Nog even liggen Mika en ik stilletjes te kijken naar het golvende water en naar de lichtjes aan de overkant. De regen tikt gestaag op het dak van de bus, en zo vallen we in slaap.

Weer thuis?

Aan het einde van de ochtend rijd ik Nederland weer in. Toch een raar gevoel om na zeven maanden reizen en overwinteren in Portugal weer terug te zijn. Het zeer georganiseerde wegennet, de vinexwijken, rijtjeshuizen, heel veel auto’s en fietsers, de drukte.
Marte en Mika herkennen de omgeving meteen en draven vrolijk door de bossen van Gilze.

Beren op de weg

We rijden het prachtige natuurgebied Somiedo in. We klimmen steeds hoger en de bergen rondom ons laten hun rotsachtige besneeuwde toppen zien. Ik rijd langzaam, want op bijna tweeduizend meter hoogte ligt een klein laagje sneeuw op de weg. De borden waarschuwen ons voor overstekende beren.


Aan het einde van de ochtend stop ik bij Ruta Brana de Mumian, een mooie route met prachtig uitzicht op de Picu’l Mocosu en de Somiedo riviervallei. Mika en ik volgen een klein stukje ervan tot aan de boerderijen, waar een grote schapenhond ons enthousiast verwelkomt. Lang stilstaan lukt niet, want er waait een koude wind en we koelen snel af. Teruggekomen bij de bus maak ik een flink bord warme pap, terwijl Marte en Mika druk aan het graven zijn in het lange gras.


In de middag probeer ik een camping te vinden, maar ook in dit gebied lijken alle campings gesloten te zijn. Zelfs de camperplaatsen zijn met politielint afgezet. Dit maakt de situatie steeds precairder. Na bijna een maand vrij te hebben gestaan zou ik het wel fijn vinden om gebruik te kunnen maken van wasfaciliteiten, WiFi en weer eens wat medecamperaars te ontmoeten. Ik wil graag reizen, maar in deze tijd van Corona maatregelen is dat erg lastig. Ik moet het idee van reizen door Europa voor dit jaar loslaten. Die realisatie doet pijn.
Ik laat Somiedo achter me en draai de snelweg op. We rijden langs de noordkust van Spanje en af en toe vang ik een glimp van de ruige rotsachtige kliffen en het diepblauwe van de Golf van Biskaje op. Rechts van me passeer ik de Picos bergen. Even blijft mijn voet boven het gaspedaal hangen en ik twijfel. Zal ik toch weer de bergen inrijden? Maar dan pakken donkere wolken zich samen boven het gebied. Even later begint het hard te regenen. Ik rijd door. Het is goed zo, de keuze is gemaakt. Terug naar Nederland.

De stilte horen en de leegte voelen

Ik open de gordijnen achterin de bus en ik voel weer dat magische, de schoonheid van de natuur. Er is geen wolkje aan de lucht en geen zuchtje wind. De zon komt net achter de bergen vandaan en verlicht de bergen aan de rechterzijde van de bus. Het is zo stil, dat ik de stilte kan horen. Dotten witte sneeuw markeren het landschap en versmelten in paars, groen en gele kleuren van het lange gras en de heide. Krokussen heffen hun paarswitte kopjes met gele kelkjes gulzig op naar de zon om haar warmte in zich op te nemen. Ik kleed me snel aan, doe mijn rugzak op en we lopen de bergen in.
We doorkruisen grote sneeuwvelden, waaronder het stromende smeltwater is te horen. Voorzichtig schuifel ik voetje voor voetje over de sneeuw, waar Mika ongeduldig staat te wachten. Lange doorzichtige ijspegels hangen aan de punten van het lange gras over de rand van gaten in de sneeuw boven het stromende water. Het pad is niet meer zichtbaar en ik klim recht omhoog de berg op. Een lange stok beschilderd met verschillende kleuren staat als markeringsteken bovenop de berg. We staan stil en kijken zwijgend naar alle besneeuwde bergtoppen om ons heen, die in het oneindige lijken te verdwijnen. Weer horen we die stilte. En voelen we die leegte.

Magische plek

Soms lijkt een plek bijna magisch. Laguna de los Peces is zo’n plek. Een stuk minder toeristisch, maar ik voel meteen de magie van dit prachtige meer verstopt tussen de bergen. Aan het einde van het weggetje parkeer ik de bus.

We staan op ongeveer twaalfhonderd meter hoogte en kijken naar de ondergaande zon, die achter de bergen van het meer verdwijnt.

Toeristische plek

Ik neem de eerste de beste afslag van de snelweg voorbij de Spaanse grens en rijd door heuvelachtig gebied naar Lago de Sanabria. We stappen uit bij een klein geel strookje zand en de honden rennen meteen het water in. Het diepblauwe meer wordt omgeven door bergen. De zon staat strak aan de hemel en de thermometer in de bus geeft 23 graden Celsius aan.
Het is een vrij toeristische plek, er liggen een paar mensen te zonnen en er komt een auto met harde bonkende muziek naast ons staan. Tegen de avond rijden we dan toch wat hoger de bergen van Sanabria in.

Rijk gevoel

De warmte van de zon slaat meedogenloos neer op de heuvels en de lange zachte naalden van de dennen weerkaatsen zilveren lijntjes door de lucht. Vanuit het dal klinkt stromend water van een beekje, dat zijn weg naar het zuiden vindt. De vogels kwetteren zachtjes.
Marte en Mika hebben de schaduw opgezocht en liggen languit in het lange gras achter het stenen gebouwtje, waaraan een groot houten bord hangt met ‘Parque Natural de Monteshino’ erop. Aan de andere kant van de kruising staat een grote steen, waarin een kruis gebeiteld is. Af en toe rijdt er een auto voorbij en strekken inzittenden hun nek wanneer ze de honden zien liggen. Marte en Mika kijken stug terug.


Grote grijze stenen markeren het heuvellandschap. Een aaneenschakering van golvend geel gras, lilapaarse heide en lage donkergroene struiken vervlechten zich met de stenen. Mika en ik wandelen tussen twee heuvelruggen het dal in naar het gehuchtje Montesinho, dat uit zo’n dertigtal huizen bestaat. Het is alsof we een Dickens verhaal binnenlopen, met huisjes gebouwd uit grote oude stenen, sommigen witgepleisterd, kromgetrokken houten balken en palen, scheefgetimmerde luiken en deuren, kleine bolle rode dakpannen die hier en daar worden vastgehouden met platte stenen en verroeste krammen. In het centrum staat een oude waterpomp, waaruit continu water loopt dat wordt opgevangen in een oude stenen waterbak. Er schuintegenover staat een porseleinen afbeelding van Maria met ervoor een brandend kaarsje. Mika en ik lopen door de smalle straatjes de heuvel op naar de bus.

Ik zit op een opklapkrukje met mijn rug tegen de voorkant van de bus geleund. Een kop thee staat naast me op de grond. Ik sluit mijn ogen en laat de zon me opwarmen. Het dringt door tot in mijn kern en ik voel de lagen stress en ander oud vuil laag voor laag van mij afvallen tot het hier en nu nog overblijft. Het is alsof er een diepe mist wegtrekt en ik de dingen om mij heen veel duidelijker kan zien. Ik kan me niet herinneren dat ik dit ooit voelde toen ik nog een baan had, een huis en alle andere verplichtingen die daarbij hoorden. Nu heb ik geen baan meer, geen huis en geen inkomsten, en nu kan ik eindelijk loslaten en ontspannen. Ik voel me rijk.

Paarse bergen

Vandaag ben ik in anderhalf uur tijd naar de westkant van het natuurgebied Montesinho gereden. Helaas zijn alle kleine grensovergangen vanwege Corona maatregelen met grote betonblokken afgesloten. Ook zijn alle campings gesloten. Ik kies ervoor om het weekend door te brengen op een kleine kruising net boven het gehuchtje Montesinho. Vanuit alle richtingen zijn prachtige wandelroutes te zien, die verdwijnen over de heuveltoppen in de verte. We staan op ongeveer een duizend meter hoogte. Het is twaalf graden, maar de zon schijnt. We halen water bij een natuurlijke bron, die iets verderop langs de weg stroomt.
We maken een mooie avondwandeling in de paarsverlichte bergen.