Weer in de bergen

Voor een tweede nacht teistert de wind de bus. De volle maan verlicht door het dakraampje de binnenkant van de bus. Marte ligt in haar grote mand bij de voorstoel diep in slaap. Mika ligt tegen mijn benen aan op bed. Af en toe opent hij een oog wanneer de bus weer een flinke duw krijgt van de wind.

De avond ervoor heb ik de bus een paar honderd meter verplaatst naar een klein braakliggend terrein. Er staan wat restanten van een huis, een paar palen en afgebrokkelde stukken muur. Een dichte deken van mist omringt ons, en behalve wat stenen en heide heb ik geen idee hoe onze omgeving eruit ziet.

Van het een op het andere moment wordt het doodstil, alsof de volumeknop met een ruk omlaag is gedraaid. Er is geen zuchtje wind meer te horen. Ik gluur onder het gordijn door, en zie bewegingloze bomen donker afgetekend tegen een door de maan verlichte lucht.

Na twee dagen regen, wind en kou, worden we in de ochtend begroet door de warmte van de eerste zonnestralen door het dakraampje van de bus. Ik hoor de vogels fluiten. Het is een heerlijk gevoel om mijn bergschoenen aan te trekken met de zon op mijn rug, en niet al bibberend in de regen met verkleumde vingers mijn veters probeer te strikken. Voor het eerst kunnen we onze omgeving goed in ons opnemen. We kijken uit over een prachtig golvend heuvellandschap en zien in de verte het dorp Marmelete liggen. De kleine witte huisjes vormen een cirkel rondom de dorpskern. Ook zien we het blauw van het grote meer Barragem de Odiaxere. Op deze afstand heeft het de vorm van een banaan.

Na een wandeling van een klein uurtje samen met Marte en Mika, ontbijten we naast onze bus zittend op een grote steen, terwijl de zon ons geleidelijk opwarmt. Ik lepel van een bakje muesli, ondertussen genietend van de vogelgeluiden en de geur van natte heide drogend in de zon. De telefoon ligt dan eindelijk weer op te laden, nu ik weer zon heb. En mijn natte sok, die ik gisteravond opliep met het plasrondje van de honden door in een modderpoel te stappen, hangt te drogen aan de buitenspiegel van de bus.

Kleine watervalletjes doorkruisen ons pad langs de heuvelrug. We kijken in een dal, waar het gehucht Barbelotte zich aftekent tegen de groene in de lengte ommuurde weiden. De stenen breuklijnen in het landschap doen mij denken aan Inca-architectuur. We volgen gedeeltelijk een aangegeven route over de toppen van de Fóia (902m) en de Picota (774m). Mika loopt vrolijk voor mij uit. De inmiddels opgedroogde modder valt in kluiten van zijn vacht af. Zijn tong hangt uit zijn bek in wat lijkt een scheve grijns, en hij kijkt me zielsgelukkig aan. Ik denk aan mijn net fris gewassen dekens en matjes, en moet hardop lachen. De geur van robijntje is na twee dagen in de bus alweer verdwenen.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

5 gedachten over “Weer in de bergen

Geef een reactie op Anja uit De Steeg Reactie annuleren