Ik rijd in een kleine drie kwartier naar Camp Polcirkeln, dat bij Silvervagen ligt. Het is toch bijzonder om op de Poolcirkel te staan. Hier ontbijten we, ik met muts op, want het is maar elf graden boven nul.
Volgens de verkoopster van het kleine winkeltje in Silvervagen is er een kilometer buiten het dorp een wandelroute te vinden aan de linkerkant van de weg. Mika en ik gaan weer op pad. Ik wil dit keer hooguit twee uurtjes wandelen, want de afgelopen dagen hebben we flinke afstanden gelopen en ik merk dat mijn lijf moe is. Mijn benen voelen zwaar en ik heb op beide hielen een blaar zitten. Mika heeft natuurlijk nergens last van en loopt met een soepel huppeltje voor me uit.
De eerste drie kwartier lopen we over een smal paadje door bemoste berkenbossen, over grote, door het water afgeslepen stenen en doorkruisen talloze stromende beekjes. Ik waan me als Ronja de Roversdochter (Astrid Lindgren) in het donkere bos, hoewel ik nog geen trollen ben tegengekomen.
‘We klimmen dit stukje berg, en dan gaan we terug,’ zeg ik tegen Mika, die me nog geen blik waardig gunt en alweer vooruit loopt. Langzaam zwoeg ik omhoog uit het donkere bos.
‘Kijk nou dan,’ roep ik met verbazing, terwijl een waar Alpenlandschap zich voor ons ontvouwt. De zon verlicht de besneeuwde bergtoppen, die rondom ons verrijzen. Het voelt als een warme omarming. ‘The hills are alive with the sound of music,’ klinkt het door mijn hoofd. De vermoeidheid maakt plaats voor hernieuwde energie. ‘Nog een stukje dan,’ zeg ik tegen Mika. Het berglandschap blijft zich, met elke stap die wij zetten, ontvouwen, als een film opbouwend naar een climax. We passeren de top van een volgende berg. De wind neemt toe, en ik zet mijn muts op tegen de kou. ‘Ik wil nog even kijken naar wat er achter die volgende berg ligt,’ zeg ik tegen Mika, die allang niet meer luistert en over de bergpassen voor mij uit galoppeert. Terwijl ik verder loop, voel ik de grootsheid van het landschap, waarin ik lijk te verdwijnen, maar tegelijkertijd word opgenomen als onderdeel van een groter geheel.
‘Nu moeten we echt terug,’ en ik keer om. Mika loopt met tegenzin achter me aan.
Bijna vijf uur later komen we terug bij de bus, de langste wandeling tot nu toe. Marte kijkt slaperig over de rand van haar mand met een blik die zegt, ‘nu al terug?’
Als traktatie bak ik een calzone, gekocht in het winkeltje, in mijn koekenpannetje. Als toetje warm ik in hetzelfde pannetje een kaneelbroodje op.
‘Ik ben zo stijf als een hark,’ klaag ik tegen Mika, die prinsheerlijk op bed ligt. Hij kijkt me even meewarig aan, strekt zich uit en slaapt dan lekker verder.












Zooo gaaf. Ooit gaan we dit ook doen.
Geniet voor ons maar een beetje mee.
LikeGeliked door 1 persoon
Ik zie het jullie zo doen met de hele hondenroedel! 😘
LikeLike
Wat heb je dit weer prachtig beschreven Marit!
LikeGeliked door 1 persoon
Wat een stille wereld om je heen
zo mooi om dat te ervaren
een ongrijpbaar welbehagen
en eenmalig, naar het scheen
LikeGeliked door 1 persoon