Op weg naar Kvikkjokk rijden we urenlang door Lapland, oftewel Samenland, van het noordelijke deel van Zweden. Het landschap wordt gekenmerkt door bergachtig land, met uitgestrekte bossen, vlaktes en vele meren. Lapland ligt zo dicht bij de Poolstreken, dat de winters er lang en ijzig koud zijn. In de wintermaanden komt de zon er niet op, en in de zomermaanden gaat de zon niet onder. Het gebied wordt ook wel de laatste wildernes van Europa genoemd. Zo voelt dat ook, wanneer we er doorheen rijden. De parkeerplaats bij Kvikkjokk is ook meteen het einde van de weg. Daarachter ligt Sarek Nationalpark, een hoogalpine gebied met een stel bergen, die tweeduizend meter hoog zijn en met bijna honderd gletsjers.
Het is halverwege de middag als we er aankomen, maar helaas regent het en hangt de bewolking laag, waardoor er weinig is te zien van de bergen.
Na wat regenachtige dagen schijnt dan eindelijk weer de zon en trekken Mika en ik erweer op uit. Om negen uur ’s ochtends staan we klaar bij het meer. Een klein houten motorbootje haalt ons en een paar andere passagiers op. We wisselen wandelverhalen met elkaar uit, terwijl het bootje ons naar de eerste halte van de wandelroute Prinskullen tuft. Hier stappen de eerste passagiers, waaronder Mika en ik, uit. Een Duitse jongen van begin twintig vertelt dat hij een paar maanden door Zweden trekt voordat hij aan zijn studie begint. Met grote stappen loopt hij over het pad en ik kan zijn tempo niet bijhouden. ‘Loop maar door,’ hijg ik moeizaam, ‘dan zien we elkaar wel weer in Kvikkjokk.’ Dankbaar, en misschien ook wel opgelucht, snelt hij mij voorbij.
Het eerste uur klimmen we omhoog uit het bos. Even stilstaan en op adem komen is er niet bij, want de muggen vallen in grote zwermen aan. Zogauw we boven de boomgrens uitkomen voelen we de koude wind, die over de besneeuwde bergtoppen heenwaait. De muggen zijn plotsklaps verdwenen. We lopen over een langgerekt bergplateau, met aan de rechterkant zicht op de bergen van Sarek Nationalpark, en aan de linkerkant de Tarrekaise (1829m). In de verte zie ik bergmeren op verschillende hoogvlaktes. Grote rotsformaties torenen boven de meren uit, en markeren deels ons pad nog verder omhoog. De zon verkleurt de hellingen naar geeloranje, terwijl de schaduw de andere hellingen van donkergroen en grijze tinten voorziet. De kusters paarse bloempjes geven het geheel een Van Gogh effect.
Vlak voor de besneeuwde toppen stoppen we. De Duitse jongen is hier met de juiste klimspullen naar boven gegaan. Mika en ik keren terug. Na vijf uur wandelen komt het bootje ons weer ophalen. Moe, maar voldaan zitten we voor de bus in de zon, terwijl Marte vrolijk rondsjouwt met haar knuffel.








Wat een belevenissen en zo ontzettend interessant!!! Ongerepte natuur.
LikeGeliked door 1 persoon
Mika draagt ook een steentje bij zie ik. 💦
Mooie plaatjes weer…!
LikeGeliked door 1 persoon
Ja, Mika markeert de route op zijn eigen manier… 😏
LikeGeliked door 1 persoon
Prachtige foto”s en reisverslag weer.Loopt Marte niet meer mee ?
LikeGeliked door 1 persoon
Dank je wel. Marte is te oud om de lange wandelingen te lopen, dus die ligt dan te slapen in de bus.
LikeLike
Fijn om je verhalen te lezen, knap dat je dit doen….ik zelf moet er niet aan denken…Veel succes en vooral blijven genieten! groetjes en liefs uit Hoenderloo!
LikeGeliked door 1 persoon
😊 Fijn dat je toch op afstand een beetje meegeniet…. soms verlang ik wel eens naar dat heerlijke huisje in Hoenderloo!
LikeLike