Nikkaluokta en Abisko Nationalpark

We hebben twee dagen in Nikkaluokta doorgebracht. Daar hebben we een lange wandeltocht gemaakt naar Kebnekaise fjallstation. Het pad liep vooral door beboste delen langs rivier Laddjujavri. De Kebnekaise is een dubbeltoppige berg, waarvan de zuidelijke top het hoogste punt van Zweden is. Maar omdat deze bestaat uit een gletsjer, varieert de hoogte ervan nog wel eens. Deze is in ieder geval rond de 2100 meter hoog. Het Kebnekaise bergstation is vanaf Nikkaluokta 19 kilometer lopen, en bevindt zich aan de voet van de berg. Het is een populaire route, en we kwamen dan ook heel wat mensen tegen.

De weg vanaf Kiruna naar Abisko is een feest. De meest prachtige berglandschappen zijn te zien aan de overkant van het meer Tornetrask. Maar ook aan de zuidelijke kant richting Nikkaluokta herrijst de ene naar de andere besneeuwde bergtop. Ik rij bijna van de weg af, zo druk ben ik met het kijken om me heen.
Een paar kilometer voorbij Abisko parkeer ik de bus bij het fjallstation. Net als in Nikkaluokta heeft het een vrij toeristische setting, met het verschil dat hier meerdere routes zijn uitgezet. Dat maakt dat de mensendrukte een beetje wordt verspreid. Ik kies voor het parkeerterrein achter het stationnetje, waar om de paar uur een trein stopt en hordes mensen, wankelend en gebukt onder grote zware rugzakken, uitstappen om de Kungsleden track te starten.

Vanaf het parkeerterrein loopt de Njakajaure route meteen omhoog het Abisko Nationalpark in. Samen met Marte en Mika klimmen we een klein stukje omhoog, met zicht op de prachtige bergketen Cuonjavaggi, oftewel ‘the gateway to Lapland,’ zoals het ook wel wordt genoemd. We lopen over een bergrug, waar de grond bevroren is, permafrost.

In de avond lopen we de Kanjon route, over deels aangelegde houten planken en loopbruggen. Metershoge rotskliffen tornen uit boven het snelstromende water. Voorzichtig kijken Marte en Mika met een schuin oog over de randen van de kloof heen. Daarna lopen we door naar het meer Tornetrask. De bewolking, tesamen met het net nog zichtbare reepje zonlicht over de bergen, geeft een dramatisch effect op het water van het meer.

De volgende ochtend brengen we een bezoek aan een Sami Camp, op een paar honderd meter afstand van het parkeerterrein. Marte en Mika snuffelen rond de verschillende kampementen, terwijl ik de informatie op de bordjes lees. De ronde hutten werden gemaakt met een driepoot en rechtopstaande takken, waartegen berkenbast werd geplaatst en daarna besmeerd met kluiten zand, modder en gras.

In de middag maken Mika en ik een langere wandeling. We volgen eerst een stuk van de Kungsleden track. Deze loopt door een vallei langs een grote river. De natuur is afwisselend, met stukken bos, open plekken aan de oever van de rivier en prachtige vergezichten op de bergen. Net voor de tweede hangbrug, pakken we een gemarkeerde sneeuwscooter route, terug richting Abisko. We steken meerdere kleine riviertjes over, totdat we bij de grote river Nissonjohka komen. ‘Oh jee, daar had ik even niet aan gedacht. De sneeuwscooterroutes zijn natuurlijk voor de winter, wanneer alles bevroren is.’ Ik doe mijn schoenen en sokken uit en loop voorzichtig over de stenen naar het water. Mijn schoenen knoop ik met de veters aan mijn rugzak vast. Met een grote tak in elke hand hoop ik mijn balans te houden in het water. De rivier is niet diep. Het water komt tot net onder mijn knieën, maar de stroming is sterk. Ik glibber over de gladde stenen. Het water is zo koud, dat mijn voeten al snel pijnlijk beginnen te steken. Terwijl ik zo rustig mogelijk probeer over te steken, rent Mika minstens vier keer heen en weer, alsof om te zeggen dat het helemaal niet zo moeilijk is. ‘Uitslover.’
Veilig aan de overkant dep ik mijn voeten droog met mijn sokken en trek ze daarna, en mijn schoenen weer aan. Het duurt nog minstens een halfuur voordat het brandende gevoel uit mijn voeten is verdwenen. Ze zijn in ieder geval weer brandschoon.

De volgende dag hangen de donkergrijze wolken laag over de bergen. De wind is ijzig koud en lijkt dwars door ons heen te waaien. Ik trek een extra laag kleding aan en doe mijn muts op. We doorkruisen de Rihtonjira rivier, net onder de grote waterval, en klimmen nog verder naar boven de Njulla berg op. Even lijkt de zon tevoorschijn te komen en zien we de top van de berg, maar al snel verdwijnt deze weer in de wolken. Als lange witte vingers komen slierten wolken tussen de bergpas van de Njulla en de Slattatjakka aankruipen, geruisloos en snel. We worden omsloten door wit en hebben geen enkel zicht meer op onze omgeving. Het voelt alsof we door een stil maanlandschap lopen, waar geluiden worden gedempt door een dikke wollen deken. Alles voelt klammig aan, mijn kleding, gezicht en Mika’s vacht. Pas wanneer we enkele honderden meters naar beneden zijn gelopen, komen de andere bergen weer tevoorschijn, de Cuonjavaggi. ‘Neem maar afscheid van de poorten van Lapland,’ zeg ik tegen Mika, die met een wijze blik uitkijkt over de bergen. Na vier dagen te hebben doorgebracht in het Abisko natuurgebied, ben ik van plan om morgen verder te rijden richting Finland.

Bij de ingang van het Naturum Abisko hangt de vertaling van een gedicht bij Paulus Utsi:

Let the mountain wind caress your cheek
Let the rain douse your face
Let mountain wind blow clean your heart
Come see The Playful Light
and the shining Vault of Heaven
Come, play with mountain wind
Do not fear, Make your journey long
Do not fear, The wind shows the way!
Let mountain wind caress your cheek
Come!

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

3 gedachten over “Nikkaluokta en Abisko Nationalpark

Geef een reactie op Adriana de Ridder Reactie annuleren