Finland en wat uitdagingen

Ik rijd dwars door het gebied Norrbottens richting de Finse grens in het oosten. Urenlang door heuvelachtig gebied en naaldbossen. Het is veel warmer dan de afgelopen dagen, rond de twintig graden. Wanneer we even pauzeren worden we geteisterd door vliegen, muggen en wespen. Snel rijden we weer door met de airco op hoog. Met wat spanning rijd ik de brug op over rivier Sverige, maar ik mag zonder PCR-test de grens over naar Finland. Aangezien ik op doorreis naar Noorwegen ben, adviseert de grenswacht dat ik daar een test laat uitvoeren.

We pauzeren voor een paar uur aan een meer bij Savustamo. Er staan wat picknicktafels, een  toilethuisje en bij het meer zijn wat kleine zandstrandjes om te zwemmen. Marte en Mika stappen meteen het water in en zwemmen kleine rondjes. Aan de overkant van het water ligt Zweden. Er stopt nog een auto en een jong gezin stapt uit om te picknicken. Dit is voor het eerst dat ik de Finse taal hoor. Het klinkt heel anders dan het Zweeds. Van de Zweedse taal kan ik nog wel wat woorden van Germaanse komaf ontwaren, maar Fins klinkt als een compleet andere taal.

Rond een uur of negen in de avond schijnt de zon nog steeds fel op de bus. Ik word chagrijnig van de warmte en van de kleine zandvliegen en muggen, die continu om ons heen zwermen. Ik besluit om het laatste uur naar het natuurgebied Pallas-Yllastunturin ook maar te rijden. De airco biedt ons een heerlijke koelte tijdens het rit. Er staan een paar auto’s en campers op het grote parkeerterrein een paar honderd meter voor het Pallastunturi bezoekerscentrum. Hier brengen we de nacht door.  

We worden de volgende ochtend wakker met het getjilp van de vogels rondom de bus. De zon schijnt en er is geen wolkje aan de lucht. Het wordt weer een warme dag. Dat is jammer, want dan kunnen Mika en ik geen lange wandelingen maken. We laten Marte niet achter in een warme bus. 

We lopen met z’n drieën naar het bezoekerscentrum. Deze ligt rechts van het Lapland Hotel, die een nogal verweerde indruk maakt. De verf heeft op veel plekken op het hout losgelaten, de kozijnen zijn kromgetrokken en de gordijnen hangen er een beetje verbleekt bij. Het zullen de zware weersomstandigheden zijn, van zware ijzige winters naar een felle zon tijdens de zomermaanden. Op de bordjes worden de routes goed aangegeven. Het bezoekerscentrum toont een kleine collectie aan opgezette dieren, en in een apart handboekje wordt uitleg in de Engelse taal gegeven. Marte en Mika beginnen te blaffen en ik loop het bezoekerscentrum uit om te kijken wat er aan de hand is. Er lopen drie rendieren over het parkeerterrein. Met een scheve blik kijken ze naar de honden, maar ze lopen toch door naar de overkant en verdwijnen tussen de bomen. 

We rijden op de 957 langs de lengte van het Pallas natuurgebied, bijna honderd kilometer aan een keten van bergruggen, grotendeels bedekt met bergtoendra. Daarna maken we een oversteek naar het oosten van het land, waar het Urho Kekkosen Nationaalpark tegen de grens van Rusland ligt. Na viereneenhalf uur rijden parkeer ik de bus op een kaal parkeerplaatsje in de buurt van Kakslauttanen. We lopen een kort stukje van de Ruijan polku door het sparrenbos, maar de grote hordes muggen zorgen ervoor dat we ons alweer snel verbergen achter het muggengordijn van de bus. 

Het is nog vroeg in de ochtend wanneer ik de bus in de schaduw van de bomen parkeer en met Mika de Luulampi route loop. We lopen over zachthellende middenhoogvlakten en door mosachtige sparrenbossen. De route is goed aangegeven met kleine bruine bordjes en de paden zijn breed. Het zijn toevallig vrij warme dagen deze week in Finland, maar gelukkig valt het zo vroeg in de ochtend nog mee met de hoeveelheid muggen. Mika loopt weer vrolijk voor mij uit en samen turen we uit over de talloze ronde bergruggen, die in een blauwgrijze waas in de verte te zien zijn. Na tweeëneenhalf uur zijn we terug bij de bus. Het is inmiddels een stuk drukker geworden op de parkeerplaats. De Urho Kekkosen trekt veel toeristen. Het zijn voornamelijk de Finnen, en heel af en toe zie ik een camper met een Duits kenteken. De Finnen lijken iets minder toegankelijk dan de Zweedse mensen. Daar had ik nog wel eens leuk en spontaan contact, maar in Finland blijft het allemaal wat afstandelijker en lijk ik weer iets meer op mezelf te zijn aangewezen.    

Het parkeerplaatsje diep weggestopt in Lemmenjoki Nationalpark is een verademing. De bomen aan de zijkant bieden schaduw tijdens deze warme dagen. Er staat een toilethuisje en een grote bruine vuilcontainer. Vanaf deze parkeerplaats starten veel wandelroutes, grote en kleine. Samen met de honden loop ik de Muurahhaislampi route van nog geen kilometer naar een klein meertje, of eigenlijk een aftakking van de rivier Lemmennoki, die dwars door het  natuurgebied loopt en zijn naam aan heeft te danken. Marte en Mika plonsen luidruchtig door het water.  

De volgende ochtend schijnt de zon om zes uur alweer op de voorkant van de bus. Het warmt snel op. Een halfuurtje later lopen we de Luontopolku route door het koele bos, een rondwandeling van vier kilometer. Het diepgroene sparrenbos doet bijna sprookjesachtig aan. De zon werpt lange schaduwen over de bemoste bosgronden, met daartussen verscholen kleine meertjes en meanderende beekjes. De stilte wordt alleen onderbroken door lichte vogelgeluiden en het gezoem van talloze insecten. De geur van het kruidige hars verspreid zich op het verkoelende windje dat tussen de bomen doorwaait. Marte en Mika lopen met lichte tred over het smalle paadje, dat door het bos heen kronkelt. 

Het blijft de hele dag erg warm, te warm om te lopen en zeker te warm om in de bus te zijn. We zitten in de schaduw van de bomen, en ik probeer een boek te lezen, terwijl ik met een theedoek de vliegen en muggen van ons af sla. 

Rond een uur of half acht in de avond, koelt het wat af. Ik laat Marte achter in de bus met de schuifdeur op een kier en het muggengordijn ervoor. Ik doe het niet graag, maar deze plek voelt redelijk veilig, en Mika en ik hebben er beiden behoefte aan om te lopen. Mika moet zijn energie kwijt na een hele dag liggen slapen, en ik moet de spanning eruit lopen. Deze middag ontdekte ik dat de huishoudaccu het niet meer doet, en dat maakt dat ik wat aanpassingen moet doen en mijn telefoon wat minder kan gebruiken. Ik heb een korte broek en t-shirt aan, iets wat ik zelden draag in de natuur. Meestal heb ik een lange broek en iets met lange mouwen aan in het bos, vanwege alle insecten en stekelige planten. Maar omdat het toch nog warm klammig is, spuit ik mijn armen, benen, nek, gezicht en zelfs mijn schoenen helemaal onder met insectenspray. Het lijkt ze op afstand te houden. We lopen de Joekielinen route van zestien kilometer. Het eerste stuk lopen we over een klein paadje door het bos. Het voelt onwerkelijk om zo alleen in de avond door een bos in een groot natuurgebied te lopen. Ik ben extra alert op het volgen van de bordjes. Het zou toch heel vervelend zijn om hier in een groot bos te verdwalen. De laatste tweeënhalf kilometer klimmen we omhoog. Bovenop de Joenkielinen, van net boven de 500 meter hoog, hebben we een mooi uitzicht op de omringende bergen. De terugweg lopen we over het Kultareitti pad, zo genoemd omdat hier een eeuw geleden goud uit rivier Lemmenjoki werd gedelfd. Vier uur later, om half twaalf ’s avonds, zijn we terug bij de bus. De zon schijnt nog steeds laag over de bomen heen. Marte springt blij de bus uit en glijdt prompt uit over het bruggetje. Even later zit ze sipjes in de bus voor zich uit te kijken met een dikke lip en een pijnlijke voorpoot. ‘Verdorie,’ denk ik, ‘het zit ons even niet mee.’  

De volgende ochtend wekt de warmte van de zon ons al om zes uur, en we lopen nogmaals de Luontopolku route. Marte lijkt gelukkig geen last meer van haar pootje te hebben en haar dikke lip is geslonken. Ze loopt weer vrolijk mee. Ik heb geen eetlust, dus zonder te ontbijten, rijden we om acht uur het Lemmenjoki Nationalpark weer uit. Tijdens de wandeling van de vorige avond had ik bedacht dat ik mijn telefoon en tablet mogelijk ook op de accu van mijn bus kan opladen tijdens het rijden. Dit blijkt inderdaad het geval te zijn. Met enige opluchting rijd ik verder. ‘Oke, de huishoudaccu doet het niet, maar zolang ik met de bus rijd, kan ik toch tenminste mijn telefoon opladen.’ Ik kom op de weg regelmatig van die hele oude aftandse campers tegen. ‘Als die oude barrels het nog doen, dan moet die van mij het toch ook nog even blijven volhouden.’ 

De E 75-4 weg loopt tussen de meest prachtige gebieden heen. Aan de linkerkant is het Muotkatunturin natuurreservaat met een viertal bergkammen, riviervalleien en uitgestrekte moerassen. Net zoals bij een stel andere reservaten, heeft ook dit gebied geen openbare toegangsweg. Dat geeft het rijden langs dit soort natuur een nog meer desolaat gevoel. Vervolgens is aan de rechterkant het Kaldoaivi Nationalpark, die zich uitstrekt tot in Noorwegen. Ook hier zijn weer geen wegen te vinden. Aan de linkerkant, boven het Muotkatunturin reservaat ligt het Kevo Nationalpark, bestaande uit de Kevojokj canyon van 40 kilometer lang en 80 meter diep. Er lopen twee gemarkeerde routes door het gebied, en ik besluit net voorbij Kenestupa te stoppen om een klein stukje van de Genesjavri te lopen. Al naar een kwartiertje keren we terug naar de bus. Het is te warm om te lopen voor de honden, en ook hier stikt het van de muggen.   

Ik start de bus en zie tot mijn schrik dat er een lampje op mijn dashboard brandt. ‘Dit kan niet waar zijn.’ De bus gaat niet in z’n automaat en het lukt niet om te schakelen. Met trillende handen blader ik de handleiding van de bus door. Ik vind het symbooltje en lees dat er iets mis is met de versnelingsbak. Ik zet de motor uit en zit verslagen achter het stuur. ‘Nu weet ik het echt even niet meer.’ Na even zo gezeten te hebben, probeer ik het nog een keer en start de bus. Het lampje brandt, maar gaat daarna uit en schakelen lukt weer. ‘Mischien was ‘ie even in de war,’ hoop ik tegen beter weten in. Met een knoop in mijn maag rijd ik naar de camping in Utsjoki. Daar aangekomen stel ik altijd een paar standaard vragen over de aanwezigheid van faciliteiten, zoals WiFi, wasmachine en douches. Volgens de eigenaar van de camping mag de wasmachine niet worden gebruikt vanwege Corona. Tegen beter weten in, maar omdat ik al onder spanning sta vanwege alle tegenslagen, ga ik in discussie. ‘Hoezo?, kan ik Corona krijgen van de wasmachine?’ Er komt een ingewikkelde uitleg, en ja, ‘de WiFi doet het ook niet, en de grens naar Noorwegen is hier gesloten. Daarvoor moet u nog verder rijden naar Nourgam.’ Ik bedank hem vriendelijk en zeg dat ik daar een camping opzoek. Ik start de bus en deze wil weer niet in de automaat. Het lampje brandt weer. Uiteindelijk, na diverse pogingen, lukt het. Maar ik weet nu dat er echt iets mis is met de bus. De kapotte huishoudaccu lijkt niet zo belangrijk meer. ‘Die bus moet gewoon goed rijden.’ Veertig kilometer verder stop ik bij Camping Holiday Village. Deze ziet er een stuk beter uit, dan die in Utsjoki, maar is dan ook meteen een stuk duurder. Dertig euro voor een plek en acht euro voor gebruik van de wasmachine. Ik kruip weer achter het stuur om naar de voor mij aangewezen plek te rijden. De bus wil niet meer starten. Ik probeer het wel een keer of tien, maar er komt geen geluid meer uit. De zon schijnt fel op de bus, en het wordt steeds warmer. Ik kan de honden zo niet laten zitten. Er zit niets anders op dan een cabin te boeken. De goedkoopste kost 65 euro per nacht. Snel haal ik de honden uit de bus en loop naar cabin 28. Deze is gemaakt van boomstammen, met in het midden een lage deur, waar ik met mijn 1.68 meter net onderdoor kan. Aan de linkerkant staan twee stapelbedden. Aan de rechterkant een kleine keukenopstelling met een koelkast, twee elektrische kookplaatjee, magnetron en wat pannen, borden en bestek. Verder is er een televisie, kachel en zelfs een ventilator, die ik meteen op hoog aanzet. Marte en Mika gaan op de houten vloerplanken liggen, terwijl ik de bus uitpak. ‘Ik heb altijd al eens in zo’n cabin willen slapen. En nu doe ik het,’ zeg ik tegen ze. Ik draai een was in de wasmachine en neem, na een maand, eindelijk weer eens een douche. De campingeigenaar komt ook nog even naar de bus kijken, en zo waar start deze weer, maar de foutmelding blijft staan. Ik besluit om morgen naar de dichtsbijzijnde garage te gaan. ‘Misschien moet de bus alleen gereset worden,’ hoop ik. Die avond kijk ik voor het eerst sinds vijf maanden televisie. De laatste keer was in dat luxe appartement in Portimao, Portugal. Ik kijk naar een oude James Bond film, een beetje bloederig, maar het leidt in ieder geval een beetje af.  

Om negen uur de volgende ochtend sta ik al bij de garage in Nourgam, en ik word gelukkig meteen geholpen. Al snel blijkt dat ik een nieuwe triptonic pomp nodig heb. De garage eigenaar zegt dat hij niet de kennis heeft om een nieuwe triptonic pomp bij een Renault te plaatsen. Daarvoor moet ik naar Rovaniemi, een stad, iets meer dan 500 kilometer richting het zuiden. Even moet ik slikken. Ik had me zo verheugd op het volgende stuk reizen door het hoge noorden van Noorwegen. De grenzen lijken nu eindelijk weer open te gaan, en ik had hier speciaal op gewacht. Maar het is niet anders, ik durf niet met een kapotte pomp verder te rijden. Volgens de garage eigenaar kan ik in een rustig tempo richting Rovaniemi rijden. Mocht de bus er onderweg mee ophouden, dan moet ik maar een sleepbedrijf bellen. Ik keer terug naar de camping, waar Marte en Mika relaxed in een koele cabin liggen. Vanaf woensdagavond daalt de temperatuur en gaat het zelfs een beetje regenen. Dat is voor de honden wel zo prettig, maar voor nu  brengen we nog een nachtje in de cabin door. Ik heb weinig eetlust en een beetje buikpijn van alle stress. ‘Maar…,’ schreef een mede-nomade, die ik in een van de Zweedse natuurparken had ontmoet, ‘Shit happens, er is altijd wel weer een oplossing, en wie weet wat dit nieuwe avontuur je weer allemaal brengt.’ 

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

5 gedachten over “Finland en wat uitdagingen

  1. Net met veel plezier je verslag gelezen. De foto’s van wandelingen die jullie maken laten steeds opnieuw een adembenemende natuur zien. Jammer van die zandvliegen, muggen en wespen. Kan me voorstellen dat die onverwachte warmte naast de insecten de nodige onrust geven. En dan ook nog gedoe met de bus! Hoop dat jullie zonder al te veel problemen een garage vinden om de pomp te laten vervangen. En dat je zonder problemen de grens naar Noorwegen over kan.

    Hartelijke groet,

    Joke

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Joke Spans Reactie annuleren