Onverwacht einde aan Scandinavisch avontuur, en mooie herinneringen

Met het starten van de bus licht het lampje met de foutmelding weer op, maar gaat uit op het moment dat ik schakel. Ik rijd de weg naar Rovaniemi aan een stuk door. Ik durf niet te stoppen uit angst dat de versnellingsbak weer rare kuren begint te vertonen. ‘Sorry jongens, maar het is even niet anders,’ zeg ik tegen de honden. Marte ligt te snurken in haar mand en Mika ligt languit op bed. Ik geloof niet dat ze het heel erg vinden. De avond ervoor heb ik nog met Mika twee uur over de fjells bij Nourgam gelopen, dus een dagje wat minder moet kunnen.  

Om kwart voor vijf in de middag loop ik een mooie garage binnen. Alles ziet er schoon en opgeruimd uit. Het is er doodstil. Achter een hoge balie ontdek ik een man. Ik leg uit dat we al eerder contact hebben gehad over mijn bus en dat er mogelijk een nieuwe pomp moet worden geplaatst. ‘Over twee weken kan onze Renault monteur kijken wat het probleem is. Het bestellen van een nieuwe pomp kost drie tot vijf weken levertijd,’ zegt de man van de garage. Ik kijk hem ontsteld aan. ‘Ik kan hier geen twee weken wachten op een eerste diagnose, en dan misschien nog eens vijf weken voor een reparatie. Kunt u de boel eerst niet eens resetten, dat kost hooguit een kwartiertje.’ ‘Nee, helaas.’ De man is onvermurwbaar. Opeens gaan de lichten uit en zitten we in het halfdonker. ‘Het is vijf uur,’ verklaart de man. Zijn collega, die de lichten heeft uitgedaan, staat bij de deur te wachten. Met drie adressen van andere garagebedrijven op zak, loop ik de mooi opgeruimde garage weer uit. 

Via de park4night app vind ik een parkeerplaatsje aan het meer Norvajarvi. Ik loop met de honden een halve kilometer door een bos, todat we uitkomen op een strandje aan het meer. Aan de linkerkant ligt een soort monument met een kerkhof voor Duitse soldaten, verscholen tussen de bomen. Het enige geluid dat we horen, is de wind over de toppen van de sparren. Het voelt heel vredig. 

‘Yes, no problem, you can sit and wait here,’ zegt de man van de tweede garage vriendelijk, waar ik de volgende ochtend probeer om iemand te laten kijken naar mijn bus. Opgelucht ga ik zitten. Dat valt gelukkig nog mee. Een halfuurtje later staat de man weer voor me. ‘Not fix your car.’ Ik kijk hem nietbegrijpend aan. ‘Not fix your car,’ herhaalt hij nogmaals. ‘But half an hour ago you said that you would look at it,’ zeg ik met verbazing. ‘Not fix your car,’ herhaalt de man nog meerdere keren op boze toon. Zwijgend pak ik mijn tas en loop langs hem heen zonder nog iets te zeggen. 

Ik rijd die ochtend langs nog vijf andere garages, maar de eerste afspraak om naar de bus te kijken kan pas over twee weken. Ik overleg nog meerdere keren telefonisch met de ANWB Pechhulp en ik bel met Renault Nederland om te kijken of bepaalde onderdelen versneld geleverd kunnen worden. Ik word uiterst vriendelijk te woord gestaan, maar geen van beiden kan iets doen zolang de garages zeggen geen tijd te hebben. ‘De traagheid van de Scandinavische landen hieromtrent is ons bekend,’ zegt de medewerker van de ANWB. Fijn, die relaxte mentaliteit, maar nu komt het me even niet uit. Ik weeg mijn opties tegen elkaar af. Ik kan gaan zitten wachten, maar wekenlang met de honden in een warme, drukke stad, lijkt me niet prettig. Ik kan de bus laten verslepen naar Nederland, maar dan moet ik samen met de honden mijn weg terug naar Nederland zien te vinden met het openbaar vervoer of met het vliegtuig. Ook dat zie ik niet zitten met een oude hond, zoals Marte. En trouwens, ik heb geen huis om naar toe te gaan. Ik zou dan bij vrienden moeten bivakkeren. Ons hele huishouden ligt in de bus, dus we zullen behoorlijk onthand zijn. Voor het eerst dreigen we de veiligheid van ons huisje kwijt te raken, en dat komt hard aan. Ik wil altijd alles zelf oplossen. Dat wordt ons toch ook ingeprent, het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Maar is het zo erg om om hulp te vragen? Is het een teken van zwakte of van onjuiste keuzes die je maakt in het leven, wanneer je om hulp vraagt?

Uiteindelijk kies ik ervoor om toch te proberen met de bus terug te rijden naar Nederland. Geen van de garagebedrijven durft te zeggen of het doorrijden met een brandend lampje schade aan de bus kan geven. Ik waag het er maar op. Doodmoe van al dat rijden door een drukke stad, het zoeken naar de verschillende garagebedrijven, de gesprekken en de teleurstelling van dat het niet gaat zoals ik gehoopt had, rijd ik binnen een paar uur de grens van Zweden weer over. Aan de Finse kant wordt streng gecontroleerd, en aan de Zweedse kant staat helemaal niemand. Ik rijd zo door en vind een plekje tussen wat andere campers in Renholmen. We kijken in stilte uit over de Botnische Golf. 

Ik slaap van zes tot tien uur ’s avonds met de schuifdeur open en met de honden vast aan een lange lijn. Soms voelt een plek zo goed, dat ik deze vrijheid neem. Een zacht windje komt de bus in, en de zingende vogels en de ritselende blaadjes zijn voor mij de beste geluiden om bij in slaap te vallen. 

Om half twaalf dezelfde avond rijd ik weer verder. Het blijft toch de hele nacht licht en in de koelte en de stilte vind ik het heerlijk om te rijden. Om half drie ’s nachts parkeer ik de bus op een parkeerplaats net voor Nordmaling en ga meteen slapen. 

De volgende ochtend ontdek ik dat we toevallig op de parkeerplaats aan de rand van het Torsmyran Naturreservat staan. We maken een korte wandeling over een houten brug van 130 meter lang, die over het moeras is gebouwd. Marte en Mika lopen al snel op het natte mos, en zinken met hun poten diep weg in de zachte vegetatie. Dat is lekker verkoelend, voordat ze weer de bus inspringen. 

We rijden weer een flink stuk over de E4 aan de oostkant van Zweden. Richting Sundvall wordt het meer heuvelachtiger en grote rotswanden tekenen zich af langs de weg. Prachtige oude dennenbomen en laag gedrapeerde sparrenmoerassen laten het oerbos van Bjornlandets Nationalpark zien. Even verderop zijn schitterende uitzichten op de bergen en valleien van sparrenbossen, meren en de zee. Skulesogen Nationalpark is een toeristische trekpleister, want de parkeerplaatsen bij de ingangen van het park staan vol met auto’s en campers. Dat is voor mij al een reden om door te rijden. De vakantietijd is begonnen, en dat is nu duidelijk te merken. 

Na zes uur rijden vind ik een plekje aan het meer Langsjon bij Bjorklinge. De camping is druk bezet, maar aan de andere kant is parkeergelegenheid op een groot grasveld, waar ik met een andere camper sta. We hebben alle ruimte, en Marte en Mika rollen in het versgemaaide gras.  

Ik was van plan om weer ’s nachts te rijden, maar ik heb vannacht heerlijk geslapen. De schuifdeur stond weer open, en een heerlijk verkoelend briesje waaide de bus in. De temperatuur is rond de twintig graden. De zwermen muggen zijn verdwenen. 

We maken een wandeling langs het meer. Daarna eten we in alle rust ons ontbijt. Om tien uur vetrekken we en al snel rijden we door de breedte van Zuid-Zweden. Halverwege de rit rijden we langs het Vattermeer, het op een na grootste meer van Zweden. Het water is helderblauw en de oevers wisselen af tussen plaatselijk zeer steil en kleine zandstrandjes. Aan het einde van de middag stoppen we bij Rastplats Sjoboda. We maken een wandeling langs rivier Lagan, die op sommige punten zo breed is dat het bijna op een meer lijkt. Ik kook een potje spaghetti met vis en groente, en daarna slapen we voor een paar uurtjes. Om tien uur ’s avonds rijden we weer verder. Het wordt steeds donkerder, en ik realiseer me dat na twee maanden alleen maar met daglicht te hebben geleefd, we nu weer aan het donker van de nacht moeten wennen. Naarmate we in de meer bewoonde gebieden van Malmo en omgeving komen, wordt het steeds drukker op de weg. Auto’s rijden hard langs ons heen. Het voelt niet prettig en ik besluit om even voor middernacht een slaapplek te zoeken. Ik draai een rastplats op en kom temidden van hotels, fastfoodrestaurants en kantoorgebouwen te staan. Ik rijd een stukje door naar een 24uurs plek op de parkeerplaats van McDonalds. ‘Dat ik hier nog eens zou eindigen,’ zeg ik tegen Marte en Mika, die met verwondering naar alle flitsende lichtreclames om zich heen kijken. ‘Even geen bergen meer.’ Ik sluit de gordijnen, kleed me snel uit, poets mijn tanden en ga naast Mika in bed liggen. We luisteren naar de geluiden om ons heen. Er rijden auto’s af en aan en er klinkt gepraat van mensen. Een brommer rijdt met grote snelheid rondjes over het parkeerterrein. Met piepende remmen hoor ik hem rakelings langs de bus rijden. Mika gromt. Ik kijk onder het gordijntje van de achterdeur door en lees op een bord dat het een 24-uurs McDonalds betreft. Mensen komen hier zelfs midden in de nacht om te eten. ‘Probeer maar wat te slapen,’ zeg ik sussend tegen Mika. Nog een tijdje voel ik dat Mika zijn kop beweegt bij elk geluid. De geluiden van de wind, de vogels en het water zijn vervangen door dat van auto’s, mensen en de 24-uurs economie van McDonalds. Langzaam zakt de zware kop van Mika op mijn benen. Hij heeft zich er – letterlijk en figuurlijk – bij neergelegd. 

De volgende ochtend zijn we al vroeg wakker. Ik kleed me weer snel aan en open de gordijnen. Ik zie mensen met hamburgers, patat en milkshakes over de parkeerplaats lopen. ‘We rijden even door en gaan straks ontbijten,’ zeg ik tegen Marte en Mika, die gelukkig gewoon blijven liggen alsof ze snappen dat we hier geen poot buiten de deur zetten. We draaien de weg weer op en nog geen kwartiertje later rijden we over de Oresundbrug de grens over naar Denemarken. Behalve het betalen van de tol zijn er geen grenscontroles. Om half zes in de ochtend is Covid zeker nog niet actief. Vier uurtjes later ontbijten we vlak voor de grens van Duitsland. Ik koop twee met kaas-ham belegde broodjes bij het tankstation en deel deze met Marte en Mika. Een kleine traktatie omdat we al bijna vijf dagen onafgebroken in de bus reizen, die het nog steeds doet, en we over vier uurtjes weer in Nederland zijn. 

Helaas hebben we die laatste rit ruim drie uur vertraging vanwege allerlei wegwerkzaamheden in Duitsland. Uitgeput draai ik de bus achter de schuur bij vriendin Jenny in Heerde. Het voelt onwerkelijk om weer terug in Nederland te zijn. Ons hart ligt nog bij de poorten van Lapland. De komende dagen zullen we moeten acclimatiseren, en gaan kijken wat de toekomst ons in ons nomadenbestaan brengt.  

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

14 gedachten over “Onverwacht einde aan Scandinavisch avontuur, en mooie herinneringen

  1. Hoi Marit,

    Wat jammer dat je terug moest rijden omdat de bus problemen geeft. Ik hoop dat je weer snel op pad kunt gaan. En mocht je een overnachtings plekje zoeken ben je bij ons altijd welkom. Veel geluk nog!!

    Groetjes,
    Erwin, Debbie en Jackie

    Geliked door 1 persoon

  2. Welkom terug in NL Marit❣ Jammer voor jou dat het zo moest eindigen… Maar als je camper gerepareerd is ga je vast weer verder op avontuur? Succes verder en liefs uit Hoenderloo🖐😘

    Geliked door 1 persoon

  3. Blij te lezen, dat de bus het heeft gehouden en jullie veilig terug zijn in Nederland. Jammer dat het je plannen heeft doorkruist, maar als de bus gerepareerd is, kun je weer nieuwe plannen maken. Tenminste als de deltavariant dat toelaat.
    Liefs Joke

    Geliked door 1 persoon

  4. Jeetje ,wat jammer Marit.Gelukkig ben je wel weer veilig in Nederland.Ook dit hoort misschien bij reizen en avonturen beleven ,teleurstellingen aanvaarden en door !Hopelijk kan de bus snel weer gemaakt worden en kan je weer op pad.

    Geliked door 1 persoon

  5. Wat jammer Marit dat het zo liep.
    Fijn dat jullie weer heelhuids in Nederland terug zijn.
    Hopenlijk kan je bus hier gerepareerd worden.
    En inderdaad welkom weer in Nederland

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Gerda Reactie annuleren