‘Lopen we nu wel goed?’ vraag ik me af, en sta stil om nogmaals op de kaart op mijn mobieltje te kijken. Ja, hier zou een weg moeten lopen naar Omey Island, maar ik zie alleen maar zand. In de verte zie ik het blauw van de zee. Ik begrijp er niks van en kijk vertwijfeld om me heen. Opeens komt er een auto over het zand rijden. Dan zie ik een stuk verderop borden met blauwe pijlen staan. Blijkbaar moet je die volgen over het zand. Ik laat Mika en Moran van de lijn, en we volgen de pijlen. Ze rennen vrolijk voor me uit.



Na een klein halfuurtje over het geribbelde natte zand komen we aan bij het eiland Omey. Rechts zien we oude graven tegen de heuvel aan, net boven het strand. Ik kies ervoor om het enige weggetje te volgen dat Omey rijk is. Er staan een paar huisjes en boerderijen, waarvan de meeste onbewoond. Met een bordje staat er één vakantiehuis aangegeven. Er zijn geen winkels, gewoon helemaal niks. Het weggetje wordt al snel een zandpad, en eindigt in de duinen. We klimmen over grote rotspartijen, en komen uiteindelijk op het meest westelijke puntje van het eiland te staan, en kijken op een klein rotsachtig eilandje dat een stukje verder in de zee ligt.





‘Straks wordt het vloed en kan ik het eiland niet meer af,’ schrik ik in ene. Ik Google op Omey Island, en lees dat het inderdaad een getijdeneiland is. ‘Kom jongens, we gaan weer voordat we hier een etmaal vastzitten.’ Ik loop samen met de honden terug langs Fahy Lough, een groot meer dat midden op het eiland ligt. Het is gelukkig nog lang geen vloed, en binnen anderhalf uur zijn we terug op de camping.
We staan voor drie dagen op een ecologische camping, welke aan de kust van Connemara ligt, het meest westelijke deel van het Ierse graafschap Galway. Het is heerlijk om even niet te rijden en dat we op dezelfde plek kunnen staan voor een aantal dagen met uitzicht op de Atlantische Oceaan. Ik heb eindelijk na een maand twee wassen kunnen draaien, en ik heb gedouched. Moran snuffelde verwonderd aan mijn haar die avond in bed. ‘Ja, zo ruikt je moeder niet vaak.’ De tweede avond heb ik een paar uur in de keuken doorgebracht, waar een WiFi verbinding is, en een stel blogs geupload. En zo had ik weer even contact met de andere wereld, buiten mijn reiswereld om.



Het begon gisteravond al hard te regenen. Ik had gelukkig de eerste was nog droog van de waslijn kunnen halen. Maar vannacht ging het weer flink tekeer, en de tweede was druipt van het water. Ik hang de afgewaaide spijkerbroeken, die ik in de struiken terugvond, opnieuw op en wring het één en ander uit. Meer kan ik niet doen. Hopelijk klaart het weer vandaag wat op.

Aan het einde van de ochtend stopt het dan eindelijk met regenen, en ga ik weer samen met Mika en Moran op pad. Dit keer wil ik langs de kust proberen om bij Omey Island te komen. Dat is een stuk korter dan langs de weg, en hebben we ook geen last van het voorbij rijdende verkeer. De stukken strand worden omgeven door kliffen. Ze zijn spekglad van het zeewier en de algen. Ik hoor de nagels van de honden krassen over het steen. Mika kiest voorzichtig zijn sprongen uit, maar Moran is nog steeds een onhandige drukke kleuter, en plonst meerdere keren in het water. Toch lijkt ze daar niet echt van onder de indruk, en klimt net zo snel weer terug op de rotsen. We komen een hek tegen. Ook hier vallen weer veel stukken grond, en blijkbaar daarmee ook het stuk kustlijn dat erachter ligt, onder particulier eigendom. ‘Tja, nu we zo ver gekomen zijn, ga ik ook niet meer terug,’ besluit ik. Ik houd het prikkeldraad omhoog, zodat de honden eronder door kunnen. Daarna doe ik mijn rugzak af en schuif op mijn buik door het natte zand onder het draad door. We glibberen verder over de rotsen en trotseren nog een hek. Maar uiteindelijk komen we op het strand uit, en maken we weer de oversteek naar Omey Island. Dit keer lopen we langs de strandkant van het eiland, en passeren we de oude graven. We zien even verderop de ruïne van een kerk, en zelfs dat van een oude waterput. Het eiland ademt een historisch verleden. Het weer klaart steeds verder op, en er komt een waterig zonnetje tevoorschijn. We hebben vandaag beter zicht op het kleine rotsen eilandje dan gisteren. We doorkruisen het eiland nog een keer. Onder het lopen mijmer ik over het wonen op een eiland zoals deze. En dat je afhankelijk bent de natuur om het eiland wel of niet te kunnen verlaten. Dit keer lopen we langs de weg terug. Het kost iets meer tijd, maar nogmaals een klimpartij langs de gladde kliffen zie ik niet zitten.



Bij terugkomst is de was aan de lijn droog geblazen door de wind. We slapen vannacht weer tussen de schone lakens. Morgen gaan we weer verder met onze reis langs de westkust van Ierland.

Hi Nomarit, al twee weken lees ik al je belevenissen (mooie Nomarit-teksten) en bekijk de foto’s van al die vergeten/verlaten plekken die jullie opzoeken. Hulde!
Veel groeten.
LikeGeliked door 1 persoon
Dank wel! Wat een fijne reactie!
LikeLike