Een band met een vreemde en afscheid van Ierland

Halverwege de middag vertrek ik richting Giant’s Causeway, een natuurgebied aan de noordkust van Noord-Ierland. Ongemerkt passeer ik weer de grens, en verandert de euro weer naar de pond en de kilometer naar de mijl. ‘Oh nee.’ Het hek bij Larrybane Quarry, waar ik wilde overnachten, is afgesloten met een grote ketting eromheen. ‘Wat nu?’ Maar ik kan niet lang nadenken, stilstaand midden op de weg, dus ik rijd door tot de volgende parkeerplaats, Portaneevy Car Park. Het heeft een prachtig uitzicht over de zee, maar er zijn geen wandelingen vanaf dit punt. Ik zie op Park4Night dat er een paar kilometer terug een parkeerplaats bij White Bay Beach is. ‘Dat wordt ‘em.’ Het is inmiddels al tegen negen uur in de avond wanneer ik de parkeerplaats oprijd, maar het voelt meteen goed. Omringd door veel groen, en in de verte is de zee te zien. Er staat nog een auto. De zijdeur gaat open en er stapt een vrouw uit. ‘Blijf jij hier vannacht staan?’, vraagt ze. ‘Ja.’ ‘Oh gelukkig’, reageert ze opgelucht. ‘Nu de kinderen wat ouder zijn, wil ik elk ander weekend een nachtje kamperen. Dit is pas de derde keer dat ik het doe, en ik vind het nog steeds een beetje eng.’ Vol trots laat ze me haar auto van binnen zien. De stoelen achterin liggen plat, en heeft ze een bedje gecreëerd. Ernaast staat een klein toiletje, een gasstelletje en een koelbox.’ Ik heb altijd voor mijn vier kinderen gezorgd, maar soms vraag ik me wel eens af of ik niet meer had willen doen in het leven. Ik zou zo graag willen reizen, maar ik heb er het geld niet voor,’ vertelt ze me. Ik laat haar mijn bus zien. ‘Ik heb mijn huis verkocht en mijn baan opgezegd. Op die manier kan ik een tijdje reizen en leven zoals ik dat wil,’ vertrouw ik haar toe. ‘Maar nu ben je al je zekerheden kwijt,’ zegt ze. ‘Is dat zo? Die zekerheden hielden mij gevangen en voelden eigenlijk heel onzeker.’ We zwijgen een tijdje en kijken uit over de zee. Twee vrouwen met heel verschillende achtergronden: de één met een gezin, de ander van carrièregericht naar nomade, maar beiden hier nu samen op een parkeerplaats aan zee.

De volgende ochtend lopen we over het goudgele strand van White Bay Beach. Kleine golven van de felblauwe zee volgen elkaar rustig op en spuwen het gezouten water uit op het strand. De gelaagde witte rotsen weerspiegelen in het beetje water dat achterblijft op het zand. Daarachter liggen groene graslanden, waar de koeien grazen. De honden lopen ver voor mij uit en genieten van de ruimte. Er schijnt een gevaarlijke stroming op Whitepark Bay te zijn, dus er zwemmen geen mensen en lopen er voornamelijk hondenuitlaters. We zijn nog maar net terug bij de bus wanneer het weer hard begint te regenen. De vrouw, met wie ik de avond heb doorgebracht, is weer naar huis. Ik installeer me op het bankje met een kop thee en een boek. We hebben de afgelopen weken erg veel gewandeld, dus ik vind het niet erg dat het een keertje wat minder is. De honden liggen al snel weer diep in slaap.

Halverwege de middag klaart het weer op en rijd ik in een kwartiertje naar Larrybane Quarry, waar ik de wandeling over Carrick-A-Rede Rope Bridge wil doen. Zoals verwacht is het hartstikke toeristisch, maar de parkeerplaats staat nog niet eens voor een kwart vol, dus het kan nog veel erger. ‘Een kaartje om over de touwbrug te gaan kost dertien pond,’ zegt het meisje achter de kassa. Ik schrik me rot. Dat vind ik wel erg veel geld voor een stukje touwbrug. ‘Mag ik ook gewoon de kustroute lopen, maar niet de touwbrug, want ik denk niet dat de honden eroverheen durven,’ vraag ik. ‘Dat is goed,’ zegt het meisje. Samen met Mika en Moran loop ik de North Antrim Cliff Path langs Larrybane Bay. De zon verlicht de witte steile kliffen, die reflecteren op de turquoise blauwe golven van de zee. Binnen een halfuurtje zien we het kleine eilandje Carrick-A-Rede liggen, dat wordt verbonden met een touwbrug aan het vasteland. Al zo’n driehonderd jaar leggen zalmvissers bruggen aan op deze plek. De touwbrug overspant twintig meter en hangt dertig meter boven de rotsen. Er is een soort betonen muur voor gebouwd met een ijzeren hek. Er staat iemand bij om de kaartjes te controleren. We kijken op een afstandje naar hoe mensen voorzichtig over de hangbrug lopen. Hij schommelt heen en weer, en ik denk niet dat de honden eroverheen zouden zijn gegaan. We lopen dezelfde route terug en pakken een stukje van de Causeway Coast Way richting het haventje van Ballintoy. Daarbij passeren we Larrybane Quarry. Het wit van deze kliffen werd gebruikt om de huizen van Ballintoy wit te schilderen. Meer recentelijk zijn hier de opnames van de Game of Thrones geweest.

Tegen het einde van de middag rijden we nog een uurtje verder naar Torr Head. ‘Niet weer he,’ roep ik wanneer ik op een bordje lees dat de auto niet meer dan drie ton mag wegen om over het bochtige steile weggetje te kunnen rijden. Ik twijfel, want de bus is net een paar honderd kilo zwaarder dan die drie ton. ‘Ach, het moet kunnen,’ besluit ik. Voorzichtig rijd ik verder door het pittoreske Ierse platteland. We naderen de ruige landtong van Torr Head. Het laatste stuk is inderdaad heel bochtig en steil naar beneden. Ik hoor de bestekbak in het aanrechtkastje verschuiven, de flessen wijn en likeur rinkelen en met een plof valt de twintig kilo zak hondenvoer tegen de deur aan. Ik zit met mijn neus zowat tegen de voorruit gedrukt en schud mijn net zelfgeknipte lampenkap haarmodel nerveus naar achteren. Mika en Moran komen weer naast me staan, zoals ze altijd doen wanneer ze aanvoelen dat het spannend wordt. Aan het einde van het weggetje is een kleine parkeerplaats met ruimte voor hooguit acht auto’s. Tot mijn verbazing staat er maar één. Ik had er op een zondag wel meer verwacht, maar misschien is het daar te afgelegen voor en durven mensen het steile weggetje niet af. Er lopen veel schapen, maar gelukkig is het parkeerplaatsje omheind. De honden springen opgelucht uit de bus en snuffelen rond de graskanten. Het uitzicht is adembenemend: de groene heuvels, de blauwe zee en de rotsige punt van Torr Head. De restanten van het huis van de kustwacht staan bovenop de rots. In de verte is de kustlijn van Schotland te zien. ‘Hier blijven we een nachtje staan,’ zeg ik tegen de honden.

‘Kom ik hier ooit nog wel omhoog met de bus?,’ vraag ik me de volgende ochtend af. Het kleine bochtige weggetje vanaf Torr Head loopt steil omhoog en ik begin me serieus af te vragen of de bus dit wel aankan. Die drie ton limiet was natuurlijk niet voor niets een waarschuwing. Donkere wolken pakken zich samen boven Torr Head, en ik realiseer me dat ik beter maar meteen kan vertrekken voordat ik nog minder grip heb met de bus op een nat wegdek. Met het zweet in mijn handen rijd ik vrij hard het steile weggetje omhoog om zoveel mogelijk het tempo etin te houden. Een paar haarspeldbochten rijd ik in eerste versnelling, maar het gaat goed, en al snel vervolgen we onze weg langs de indrukwekkende kustlijn van Ierland. We rijden Torr Road helemaal af tot aan Cushendun. Daarna pakken we de A2, die wat later weer overgaat in Coast Road. Ik had willen stoppen voor een wandeling langs de kust bij Whitebay en Madman’s Window, maar beide parkeerplaatsen hebben slagbomen tot twee meter hoogte staan, waardoor ik er met mijn twee meter veertig bus net niet onderdoor kan. Dit ben ik overigens vaker tegengekomen op de wat meer toeristische plekken van Ierland. We rijden uiteindelijk door naar Chaine Park in Larne, een populaire plek voor hondenuitlaters, maar er zijn ook een aantal sportvelden en een speeltuin. Ik parkeer de bus in een hoek onder de bomen, en laat de honden rennen op het grote grasveld erachter. Ik heb de ferry voor morgen naar Schotland geboekt, dus dit is ons laatste nachtje in Ierland. Dat is toch een beetje een vreemde gewaarwording na vier weken rondreizen op dit prachtige eiland. Met een weemoedig gevoel drink ik ’s avonds na de wandeling warme chocolademelk met een flinke scheut amandellikeur en eet een stuk chocola. Ik sluit de gordijntjes en zet het alarm op mijn telefoon om vijf uur. Ik hoor de auto’s op de drukke weg die ernaast ligt voorbij rijden. Af en toe parkeert er een auto en hoor ik gepraat en gegiechel van tieners. Ik ben bijna in slaap wanneer ik licht geschraap aan de bus hoor. Met woest geblaf vliegen de honden van het bed af en staan bij de voorstoelen. ‘What the fuck is that,’ roep ik met een zo laag mogelijke stem. Ik kijk onder het gordijntje door en zie een auto de parkeerplaats afrijden. Pal naast de bus staat nog een auto met de lichten aan, die na een paar minuten ook langzaam het terrein afrijdt. Ik heb geen idee of iemand bewust aan de bus zat of per ongeluk de bus raakte met het instappen. Ik vraag me dan wel af waarom je je auto zo dicht naast de bus parkeert terwijl er zat ruimte is op de parkeerplaats. Nogmaals realiseer ik me dat ik liever op een afgelegen plek sta, dan in de buurt van mensen. Hoe dan ook, ik voel me volkomen veilig met de honden. Mika stond letterlijk met opgetrokken lip op de voorstoel, en het leek alsof er een wolf stond. Dan doe je toch niet snel de deur open, lijkt mij. Na een paar honderd complimentjes en kusjes voor de honden, gaan we weer slapen.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Eén opmerking over 'Een band met een vreemde en afscheid van Ierland'

Plaats een reactie