Een moeizame tocht op een berg die we niet te zien krijgen

Het is alsof we in een achtbaan zitten. Ik zie mensen om mij heen wit wegtrekken, en daarna grauw in het gezicht worden. Met grote klappen slaan de golven tegen de zijkant van de boot aan. Zo hard, dat je denkt dat die toch in tweeën moet breken. Het water klettert neer op het dek en tegen de ramen. De meneer van het restaurant legt zo onopvallend mogelijk witte papieren zakjes bij de tafels neer. De boot trekt op op een golf, om daarna in een soort vrije val meters naar beneden te vallen. Ik hoor een man hardop kreunen met elke golfbeweging die we maken. Het restaurant wordt steeds leger, en ik zie mensen met een zakje naar de toiletten rennen. Ik had net nog een scone met jam en slagroom voor mijn ontbijt op, maar begin me nu ook lichtelijk misselijk te voelen. Vanochtend vroeg zijn we vertrokken met de boot vanaf Larne naar Cairnryan. Het voelt raar om weer terug te gaan naar waar we vier weken geleden begonnen zijn. Vanaf Cairnryan wil ik langs de westkust naar het noorden van Schotland reizen. Het is vandaag erg slecht weer met regen en harde windstoten. Op zich een prima dag om te gebruiken om wat langer te reizen, maar dan niet op open zee. Ik denk aan die arme Mika, benedendeks in de bus. Hij heeft vanochtend een flink ontbijt gehad, maar heeft een nogal gevoelige maag. Ik hoop dat hij het allemaal binnenhoudt. Twee uurtjes later zijn we in Cairnryan aangekomen. De honden zijn opgelucht om mij weer te zien, en gelukkig heeft Mika niet overgegeven. Het regent nog steeds erg hard, dus ik rijd in één ruk door naar Loch Lomond. Aan de oostzijde van het meer rijd ik tot aan Ben Lomond Car Park bij Rowardennan. Daar is het betaald parkeren en mag je niet overnachten, maar net daarvoor is een klein parkeerplaatsje aan het water. We parkeren onder een grote oude eik.

Grote vlokken wolkenmist nemen bezit van de bergen. We zien alleen nog maar wit om ons heen. Af en toe doemt er een schaap op in de dikke witte mist. Het pad naar Ben Lomond is goed te volgen, maar verder heb ik geen idee waar we precies lopen en welke bergen er om ons heen te zien zijn. Om de top van de Ben Lomond te bereiken kost ongeveer vier tot zes uur, afhankelijk van de weersomstandigheden. Het was mijn plan om daar de helft van te lopen, en ik hoopte op een mooi uitzicht op de Ben Lomond, die net onder de duizend meter hoog is. Het regent lichtjes, en gestaag klimmen we verder door het witte landschap. Mika en Moran trekken flink aan de heupriem, maar dat is alleen maar fijn wanneer we stijgen. We zijn al bijna twee uur onderweg, en ik heb nog steeds de hoop dat het weer een beetje opklaart. Maar het begint steeds harder te regenen, en de wind neemt ook toe. De weersvoorspellingen voor deze week zijn regenachtig, maar dit had ik toch niet verwacht. Ik trek een extra fleece vest aan met daaroverheen mijn poncho, en ik zet een muts op. Het begint nu zo hard te regenen, dat we niet meer verder kunnen. Ik kan het pad nauwelijks meer onderscheiden, en ik kijk rond voor beschutting. Dat is er gewoonweg niet op deze hoogte. Uiteindelijk rennen we naar een rots toe, en proberen daarachter te schuilen. Ik houd mijn poncho omhoog, zodat de honden eronder kunnen schuilen, en zelf ga ik met mijn rug naar de wind toestaan. Al snel voel ik stroompjes water langs mijn nek omlaag glijden. Binnen tien minuten ben ik geheel doorweekt en staat het water in mijn schoenen. Ik merk dat ik stijf word van de kou, en kan nauwelijks nog de poncho omhoog houden voor de honden. Moran kijkt met een smekend nat gezichtje omhoog naar mij. ‘Dit is niet leuk meer,’ lijkt ze te zeggen. Ik realiseer me dat ik in beweging moet komen voordat ik teveel afkoel. ‘Kom jongens, we moeten terug,’ zeg ik tegen de honden. In de stromende regen keren we om en lopen langs het pad naar beneden. Na een kwartiertje regent het al iets minder, en de koude wind neemt geleidelijk weer af. Ik begin weer op te warmen en krijg het gevoel terug in mijn vingers. Een uurtje later trekken de wolken weg en zien we dan eindelijk het landschap om ons heen. Helaas is de Ben Lomond ver achter ons en kunnen we niet meer zien, maar de Ben Eich aan de overkant van Loch Lomond is wel goed te zien. Het meer schittert in de zon, en overal zien we kleine eilandjes in het water.

Terug bij de bus gaan we samen met Marte naar één van de stenen strandjes aan het meer. Moran vindt het leuk om stokjes uit het water te halen en durft steeds verder te zwemmen. De enige van de drie die dat doet, want Marte is te oud en Mika kijkt de door mij gegooide stokjes alleen maar na. Terug bij de bus wring ik mijn natte kleding uit en hang het over de buitenspiegels te drogen. Ik trek een legging en een ruime fleece trui aan. Er is toch niets heerlijkers dan na een lange wandeling tussen de honden op bed te gaan liggen en langzaam op te warmen. De schuifdeur laat ik op een kiertje staan, en we horen de wandelaars voorbij lopen en het kabbelende water van het meer aan de stenen oevers. Zo vallen we in slaap.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Eén opmerking over 'Een moeizame tocht op een berg die we niet te zien krijgen'

Geef een reactie op janny swagemakers Reactie annuleren