Nog meer vuurtorens en weer samen op de foto op het meest noordelijke puntje van het Verenigd Koninkrijk

We vertrekken, zonder te ontbijten, vroeg in de ochtend naar Dunnet Head Lighthouse. Ik hoop de vakantiedrukte voor te zijn en er een goede parkeerplek te vinden om de dag door te brengen. Dat lukt, en we parkeren voor het stenen hek met ruimte aan de graskant voor de honden. Rechts zien we het puntje van de vuurtoren en voor ons hebben we uitzicht over de zee.

Ik loop er een rondje met de honden. De vuurtoren valt blijkbaar onder particulier bezit, want een bordje op het toegangshek geeft aan dat het enkel toegankelijk is voor lokale bewoners. Dunnet Head Lighthouse is een nog actieve vuurtoren, die op de driehonderd meter hoge klif van Dunnet Head staat, het meest noordelijke puntje van het Britse vasteland. De zon begint te schijnen, en we hebben helder zicht op de rotsachtige kust van de Orkney-eilanden.

We lopen verder langs een aantal kleine stenen gebouwtjes. Deze zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd om de basis in Scapa Flow te beschermen. Ik kan verder helaas geen wandelroutes ontdekken, dus ook hier zijn we na een halfuurtje uitgewandeld. We ontbijten naast de bus, maar er waait een koude harde wind en de honden geven er al gauw de voorkeur aan om binnen te liggen. De drukte komt op gang en auto’s rijden af en aan. Mensen lopen er een rondje, en de meesten zijn na een halfuurtje weer vertrokken. Ik sluit de schuifdeur en de zon warmt de bus op. Ik installeer mezelf met een kop thee op het bankje en schrijf urenlang in mijn reisdagboek.

Aan het einde van de middag rijden we naar John o’Groats, een dorp in het uiterste noorden van Schotland. Het zou de naam ontlenen aan een Nederlander, Jan de Groot, die in 1496 het veerrecht tussen Schotland en de Orkney-eilanden verwierf van koning Jacobus IV van Schotland. Ik rijd een rondje over de parkeerplaats, maar kan er niet echt een goede parkeerplek vinden, waarbij ik ook ruimte heb voor de honden. Die is er wel, maar dat is alleen waar de bussen mogen staan. Aan die kant is een mooi stuk gras. De parkeerplaats is omringd door toeristenwinkeltjes en eetgelegenheden. Het doet me sterk denken aan Land’s End, het meest zuidwestelijke puntje van Engeland. Ik besluit om toch nog een kwartiertje verder te rijden naar Duncansby Head Lighthouse. Ik kan niet ontdekken of er überhaupt een parkeerplaats is, maar ik gok het erop. We rijden naar het meest noordoostelijke deel van zowel het Schotse als het Britse vasteland. Het laatste stukje gaat uiteraard weer over een klein eenbaansweggetje dat steil omhoog loopt. Bovenop de klif staat de, nog altijd werkende, vuurtoren uit 1924 in haar witgele kleuren. Er is een parkeerplaats, waar ik gelukkig met relatief gemak kan keren, want dat is nog wel eens de vraag aan het einde van dit soort weggetjes. Er lopen veel schapen, dus ik leg de honden vast aan de lange lijn, terwijl ik de enorme hoeveelheid tekst op het bord bij de parkeerplaats lees. Uiteindelijk kan ik eruit ontwaren dat je er niet mag overnachten. Ik twijfel over wat ik moet doen, maar aangezien het al tegen zessen is, ga ik eerst maar eens een potje spaghetti koken terwijl de honden een flinke bak met brokken krijgen. Er parkeren af en toe wat auto’s, en wandelen mensen er een rondje, maar langzaamaan wordt het steeds stiller. We kijken uit op de vuurtoren, waarvan het wit schittert in de avondzon. De zee ligt er bijna golvenloos bij. In de verte is één van de Orkney-eilanden, Muckle Skerry, ten noordoosten van Duncansby Head te zien.

Voor onze avondronde besluit ik het kustpad naar de zogenaamde Duncansby Stacks te volgen. We lopen over de zandstenen kliffen, waarvan sommigen wel tot zestig meter hoog zijn. Ze doen mij denken aan de Cliffs of Moher in Ierland, net zo ruig en ongestadig. Al snel zien we een stel grillige zeepilaren en een rotsachtige boog naast de hoge kliffen. De avondzon baadt hun toppen in een diep roodoranje kleur. Daaronder oogt het donker en onheilspellend. Het geschreeuw van de verschillende zeevogels weerkaatst tegen de wanden, en het klinkt op deze late zomeravond bijna spookachtig. Het pad loopt verder als een donkere kronkelende lijn over de lage paarse heide bovenop de kliffen. Mika en Moran lopen voor me aan de heupriem, de witte punten van hun gekrulde staarten wuivende in de koele avondbries. Na een uur houdt het pad er vrij abrupt mee op. Er staat een halfstenen muurtje van wat misschien ooit een huisje was, en er stroomt een beekje richting de kliffen. Er zijn geen stapstenen, en ik zie geen mogelijkheid om het te overbruggen zonder natte voeten te krijgen. Na nog een laatste blik te hebben geworpen op het stenen muurtje, me afvragend of hier ooit mensen hebben gewoond, keren we om. Ik zet er flink de pas in, want we moeten nog minstens een uur lopen, en ik schat dat tegen die tijd de zon wel onder is. De bus staat in de gloed van de laatste goudgele stralen van de avondzon op een verder lege parkeerplaats op ons te wachten. Even twijfel ik met de sleutel in mijn hand: hier alleen overnachten of terug naar de parkeerplaats bij John o’Groats? Ik kies voor het laatste. Geen mooi uitzicht, maar dan kan ik tenminste de toeristendrukte voor zijn.

Binnen twintig minuten ben ik terug in John o’Groats en parkeer de bus in het ruime parkeervak dat eigenlijk bedoeld is voor de bus, met een mooi stuk gras aan de zijkant. We lopen nog een kort rondje, zodat Marte ook nog even kan plassen. Ook hier staat, net als bij Land’s End, een bordje met een verwijzing naar het meest noordelijke en zuidelijke puntje van Engeland. Hier hoeven de mensen in ieder geval niet te betalen voor een foto. Ik positioneer de honden naast het bordje. Een hondenuitlater biedt aan om een foto van ons allemaal te nemen. Dat is wel heel toevallig. Op zowel het meest zuidelijke als noordelijke puntje wordt het me aangeboden, en sta ik samen met de honden op de foto.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

Eén opmerking over 'Nog meer vuurtorens en weer samen op de foto op het meest noordelijke puntje van het Verenigd Koninkrijk'

Geef een reactie op Wies en Gie Reactie annuleren