Warme dagen en vakantiedrukte

Op de weer app zie ik dat het de komende dagen erg warm wordt, met temperaturen van net onder de dertig graden. Dat betekent dat we Marte niet kunnen achterlaten in de bus om lange wandelingen te maken. Waarschijnlijk hebben Mika en Moran ook helemaal geen zin om lange wandelingen in dit soort hitte te maken. We kunnen in ieder geval niet op de onbeschutte parkeerplaats bij de Cairngorms blijven staan. Ik rijd de berg weer af naar Loch Morlich, waar ik op de heenweg parkeerplekken onder de bomen aan het meer heb gezien. ‘Daar was ik al bang voor,’ mompel ik terwijl ik de parkeerborden lees. Je mag er niet overnachten. Hetzelfde geldt voor de parkeerplaatsen ertegenover bij Glenmore Forest Park. Aangezien het al tegen acht uur ’s avonds is, is onze enige optie voor nu om langs de weg te parkeren aan de rand van het meer. Er staan meer auto’s en campers op deze manier geparkeerd. Het voelt niet erg veilig, want auto’s zoeven voorbij, waarbij je de zuigende luchtdruk voelt van elke passerende auto. Maar het is even niet anders. Voor ons staat een auto met ernaast een tentje halfverscholen tussen de struiken. Het zijn twee vrienden, die samen een weekendje vissen zijn. ‘Ik kom hier al zo’n tien jaar, maar de laatste paar jaar is er veel veranderd,’ zegt de man. ‘Vroeger kon je overal vrij staan, maar nu moet je voor alles betalen. Ik ben pizzabezorger en probeer een gezin met twee kinderen te onderhouden, maar ik verdien gewoon niet genoeg om dit soort dingen te kunnen betalen. Ik kreeg laatst zelfs een boete, omdat ik niet over de juiste visvergunning bleek te beschikken.’ ‘Dat is toch raar,’ voegt zijn vriend toe. ‘We zijn hier geboren, en kunnen niet eens onszelf van ons eigen voedsel voorzien, zonder dat we ervoor moeten betalen.’ Ze gaan een biertje drinken in de pub, terwijl ik op hun spullen pas. Die nacht slapen we onrustig. De temperatuur blijft rond de twintig graden hangen en ik hoor Marte hijgen van de warmte.

De volgende ochtend word ik om half zeven wakker en kruip in mijn ondergoed achter het stuur. Ik draai een paar honderd meter verder de parkeerplaats aan het meer op en zoek een plekje onder de bomen uit. Hopelijk komen we zo de dag door. Ik loop naar de betaalautomaat en schrik van het bedrag. Voor een klein busje is het dagtarief veertien pond, enkel te betalen in muntgeld. Ik sta een tijdje te dubben, want dat heb ik niet op zak. Uiteindelijk betaal ik het dagtarief voor een auto van vier pond. Hopelijk accepteren ze mijn tegemoetkoming, en ik plaats het parkeerkaartje achter de voorruit van de bus. Ik vind het sowieso erg veel geld voor iets waar verder geen andere faciliteiten, zoals een toilet of een vuilnisbak, worden geboden. Na een korte wandeling genieten we van ons ontbijt, terwijl we uitkijken over Loch Morlich. De bergen aan de overkant reflecteren op het spiegelgladde oppervlak van het water. In de verte schittert de skipiste van de Cairngorms in de zon. Hier en daar zijn nog enkele dotten sneeuw hoog in de bergen te zien.

De honden happen naar de vele dikke vliegen, en ik heb het vermoeden dat er heel wat mensen hun behoeften doen inde nabije bosjes rond het meer. Het is pas tegen tienen in de ochtend, maar de mensendrukte komt al op gang. Dat is ook wel begrijpelijk, want velen van hen zullen hun verkoeling de komende dagen bij het water zoeken. De temperatuur stijgt, en ik hoor Marte alweer hijgen. Meerdere keren leid ik haar naar buiten om in de schaduw onder de bomen te liggen, maar het is alsof ze het niet meer begrijpt, en elke keer springt ze met veel moeite terug in de warme bus. Ik begin steeds meer te twijfelen aan mijn planning. Ik wil de komende twee warme dagen uitzitten aan het meer. Daarna wil ik terugrijden naar Fort William om nog een poging te wagen om een deel van de Ben Nevis te lopen. Vervolgens wil ik in ongeveer drie tot vier dagen tijd langs de oostkust terug naar Harwich rijden, om daar de ferry terug naar Nederland te pakken. Maar is dit eerlijk tegenover Marte? We reizen al veel langer rond dan ooit gepland. De warme dagen zijn nu hier en de vakantiedrukte komt op gang. Misschien moet ik dankbaar zijn voor alles wat we hebben gezien en gedaan, en er tevreden mee zijn. Misschien moet ik de Ben Nevis dan toch eindelijk maar loslaten. Ik kijk nog een keer naar Marte, die ligt te hijgen. ‘Het is goed meisje, we gaan,’

In de daaropvolgende twee dagen rijden we vanaf de Cairngorms terug naar Harwich, een rit van bijna duizend kilometer langs het midden en de oostkust van Engeland. Ik had er graag wat langer over gedaan, maar de met de airco gekoelde bus is een welkome verademing ten opzichte van de warme temperaturen buiten. De honden lijken het in ieder geval niet erg te vinden. Marte ligt vrijwel de gehele weg diep in slaap in haar mand, Mika ligt languit als een prinsje op bed achter mij en Moran naast mij op de bijrijdersstoel. We passeren de grens van Schotland naar Northumberland in de noordoosthoek van Engeland. Een relatief dunbevolkt gebied met alleen maar kleine stadjes en dorpen, afwisselende natuurgebieden en landschappen, waaronder de Chevoit Hills. Vervolgens komen we langs het Penninisch Gebergte, een vierhonderd kilometer lange heuvelrug in het midden van noordelijk Engeland. We zien de hooggelegen heidevelden, de zogenaamde ‘moorland’, moerasgebieden en hooglanddalen in de verte liggen. In de North Pennines schijnen alpiene plantensoorten te groeien, die nergens anders in Engeland te vinden zijn. Ten oosten van het Penninisch Gebergte ligt het Yorkshire Dales National Park. Donkere heuveltoppen, steile hellingen, groene dalen met stapelmuurtjes, boerderijen en veldschuren markeren het landschap. Aan het begin van de avond rijden we North York Moors National Park binnen. We parkeren bovenop een heuvel, niet ver vanaf Young Ralph Cross. Het is nog steeds erg warm, maar hierboven waait een zacht windje. De honden liggen in het lange gras in de schaduw van de bus. We kijken uit over de heuvels, die begroeid zijn met heide. Alles oogt dor en bruin, maar ik kan me voorstellen dat wanneer aan het einde van de zomer de heidevelden in bloei staan, ze verkleuren van bruin naar paars. Langzaam verdwijnt de zon als een grote oranje bal achter de heuvels. In de vallei zien we een paar kleine lichtjes branden van het dorpje Botton. Af en toe passeert er nog een auto, maar verder is het stil. Net voordat het donker wordt, lopen we een kort stukje over de hei naar Young Ralph Cross. Meerdere keren schrikken we van de bruine gedrongen vogels, die op het laatste moment met veel gekakel vanonder een heidestruik onhandig omhoog vliegen. Het blijken de Schotse Sneeuwhoenders te zijn. Ik ken ze alleen maar van het plaatje op de whiskyfles van The Famous Grouse. Het kruis van Young Ralph tekent zich af tegen de donkere avondlucht en fonkelende sterren. Volgens sommige historici dateert het stenen kruis uit de elfde eeuw en zou volgens lokale folklore de plek zijn waar een non en een monnik een affaire hadden, totdat ze werden ontdekt en ter dood werden veroordeeld. Ook weer een fijne gedachte zo in het donker alleen op een heuvel. Het is nog steeds vierentwintig graden wanneer we terug zijn bij de bus. Ik laat de schuifdeur open en leg de honden vast aan een lange lijn voor de bus. Het is pikdonker, en ik vind het geen prettig idee om op deze stille plek met de deur open te slapen, maar het is de enige manier om wat verkoeling te hebben.

De volgende ochtend zijn we al vroeg wakker. Eigenlijk heb ik nauwelijks geslapen. De warmte en de open bus in het stille donkere landschap, maakte dat ik waakzaam bleef en niet echt de slaap kon vatten. De honden genieten van de vroege ochtendlucht. Ondanks hun bruine uiterlijk geurt de heide naar zoet en aarde. Tegen tien uur is het alweer achtentwintig graden, en draaien we de weg weer op. We rijden urenlang over de snelweg. Steeds vaker zien we auto’s met pech langs de weg staan. Het warme weer zorgt voor oververhitting en op sommige plekken lijkt het wegdek te smelten. ‘Ik hoop maar dat ons busje het volhoudt,’ zeg ik meer dan eens tegen de honden. Er komt geen reactie, want ze liggen alle drie met hun ogen halfdicht te soezen in het briesje van de airco. Ik twijfel of ik via een omweg langs Suffolk Coast en Heaths zal rijden, een beschermde kustlijn in het oosten van Engeland. Het bestaat uit veel moerasland, heidevelden en riviermondingen. Verder liggen er enkele fraaie badplaatsjes, maar gezien de vakantiedrukte besluit ik uiteindelijk om door te rijden. Met deze warmte heeft het toch geen zin om te wandelen. Aan het einde van de middag komen we aan bij Wrabness Nature Reserve, de parkeerplaats waar we precies tien weken geleden onze eerste nacht in Engeland doorbrachten. Er staat een grote combinatie trekauto met caravan. Een man staat op uit zijn klapstoel en helpt me met handsignalen om zoveel mogelijk in de schaduw van de bomen te parkeren. ‘Wil je een kopje groentesoep,’ vraagt hij wanneer ik uitstap. ‘Nou lekker.’ Ik installeer de honden in het lange gras onder de bomen en neem plaats in de klapstoel naast hem. Hij heeft Isle of Skye bezocht en neemt, net als ik, de ferry morgenochtend terug naar Nederland. We ontdekken een nieuw bord op de parkeerplaats die overnachtingen verbiedt. ‘Die stond er nog niet drie maanden geleden, en meestal zou ik op zoek gaan naar een andere plek, maar daar ben ik nu te moe voor,’ laat ik hem weten. Ook hij kiest ervoor om te blijven. Gelukkig maar, want dan sta ik tenminste niet alleen. Ik laat de schuifdeur die nacht weer openstaan, en slaap een stuk beter nu ik weet dat er iemand in de buurt is. ‘Ons laatste nachtje in Engeland,’ zeg ik ietwat naargeestig tegen de honden.

Met een dubbel gevoel verlaten we de volgende dag Engeland. Langzaam verdwijnt de haven van Harwich uit het zicht, terwijl de meeuwen boven onze hoofden hun gedag schreeuwen. De ferry deint rustig op en neer op het bijna gladde zeeoppervlak. Met weemoed denk ik nu al terug aan de prachtige gebieden die we hebben bezocht: de ruige bergen, de rotsige kustlijn en de groene valleien. Een land veel mooier dan ik ooit van te voren gedacht had. Ik mis het nu al.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

2 gedachten over “Warme dagen en vakantiedrukte

Plaats een reactie