Betalen voor de natuur?

We rijden nog dieper Jotunheimen Nasjonalpark in, ook wel het thuisland van de reuzen genoemd. Volgens de Noorse mythologie was Jotunheimen ooit de plek waar de ‘jotner’, de reusachtige trollen woonden. Hier zijn in ieder geval enkele van de hoogste bergen van Noord-Europa te vinden.
We volgen de Norwegian Scenic Route Valdresflye, die langs onder andere het smaragdgroene Gjende-meer loopt. Ik wil stoppen bij Besseggen om daar de wandeling over de bergkam Besseggen te lopen. Deze heb ik acht jaar geleden met Marte gedaan, en vond ik één van de mooiste tochten ooit. Helaas is de  parkeersituatie er veranderd. Het kost vijftien euro voor de dag, en vijfentwintig euro om er te overnachten. Met een shuttlebusje word je naar boven gebracht om de wandeling te kunnen starten. Het parkeerterrein staat halfvol met tientallen auto’s, en biedt geen enkel uitzicht. Hoe graag ik de Besseggen ook wil lopen, dit heb ik er niet voor over.
Enigszins teleurgesteld rijden we door, maar dat duurt gelukkig niet lang. De uitzichten op de immense bergen zijn prachtig, waarvan de meesten hoger dan tweeduizend meter zijn. We passeren talloze meren, rivieren en valleien. Via de Sognefjell rijden we om het park heen, en pakken de Galdhopiggenvegen naar Juvasshytta. Ook hier zijn dingen veranderd ten opzichte van acht jaar geleden. Er moet nu ‘road toll’ worden betaald zogauw we het park inrijden. Dit keer rijd ik door, want ik wil graag een stukje van de Galdhopiggen, die met haar bijna vijfentwintighonderd meter de hoogste berg van het Noordelijk halfrond is, lopen. Daarnaast heb je ook de Glittertind, waarvan ik acht jaar geleden een stuk samen met Marte heb gelopen, en die eigenlijk nog net iets hoger was dan de Galdhopiggen. De laatste jaren is echter de gletsjer geslonken, waardoor deze berg nu net wat lager uitkomt.
Het weggetje naar boven is zeer steil met krappe haarspeldbochten. De uitzichten, de besneeuwde bergtoppen, en ook de afgronden zijn spectaculair. Hoe graag ik het ook zou willen, ik durf niet te stoppen om een foto te nemen. De weg is zo schuin, dat ik bang ben dat ons busje niet de kracht heeft om verder te rijden als we eenmaal stilstaan. Boven aangekomen, parkeer ik bij Juvasshytta, een berghut die inmiddels ook een gedaanteverwisseling heeft ondergaan en een luxe uitstraling heeft gekregen. Het is begin september, maar het parkeerterrein is nog niet eens voor een kwart vol. Samen met de honden maak ik een wandeling langs het Juvvanet. Het lichtblauwe meer schittert tegen de besneeuwde bergwand en gletsjer, die erachter liggen. Het is maar tien graden, maar de zon schijnt en het is windstil. Marte geniet zichtbaar van deze omgeving. Ze loopt stevig door en haar staart wappert fier mee. Vanuit de gletsjer horen we een soort stromend en krakend geluid. Gletsjers bewegen onder hun eigen druk, als een langzaam stromende rivier.

Na wat te hebben gegeten, en Marte ligt te slapen, koppel ik Mika en Moran aan de heupriem en lopen we richting de Galdhopiggen. Op deze hoogte is weinig groen te zien, en we lopen alleen maar over stenen. Al snel doorkruisen we ons eerste sneeuwveld. Er is verder niemand, dus ik laat de honden een tijdje spelen in de sneeuw. Moran is door het dolle heen, en glijdt op haar rug naar beneden. Vervolgens probeert ze Mika ook zover te krijgen door aan zijn staart te hangen. We klimmen nog hoger over grote steenvelden en sneeuw, totdat we bij een gletsjer komen. Ik heb niet de juiste materialen bij me om verder te gaan, en ook voor de honden vind ik dit te gevaarlijk. We keren terug richting de Juvasshytta.
Niet ver ervandaan ligt het Klimapark 2469 og istunnelen. Het is een halfuurtje lopen, maar we komen voor een dichte deur te staan. De ijsgrot is enkel op gezette tijden open, en onder begeleiding van een gids te bezichtigen.
Een stukje verderop volgen we The Sherpa Path, een pad aangelegd door sherpa’s uit Nepal. We klimmen over de stenen omhoog tot aan een morene, een stuk landvorm dat is gevormd door een gletsjer of een ijskap, waarbij de ruggen duidelijk herkenbaar in het ijzige landschap zijn. De rotspunten, die de morene omgeven, steken zwart en grillig af.

Het is al tegen zessen wanneer we terug zijn bij de bus. Helaas kan ik hier niet blijven staan, want dat kost nog eens een extra driehonderd kronen bovenop de tweehonderd die ik al betaald heb om het park binnen te komen. Langzaam rijd ik over het weggetje naar beneden. Bij sommige bochten zie ik de diepe afgronden aan ons voorbij glijden.

Aan de andere kant van de Sognefjell ligt Breheimen Nasjonalpark, een groen afwisselend landschap dat aan een uitloper van de magische Sognefjord ligt. Er zijn ook veel gletsjers te vinden, vandaar de naam Breheimen, dat ‘thuis van de gletsjers’ betekent. Ik wil graag de Jostedalsbreen, de grootste gletsjer van het Europese vasteland, zien. Maar ook hier zie ik weer dat ik road toll, eigenlijk een soort entreegeld om in het park te komen, moet betalen. Daar komen de parkeerkosten dan nog eens bovenop. Hoe graag ik ook nog dieper de natuurgebieden zou willen intrekken, houdt de vercommercialisering van dit soort gebieden me tegen. Ik begrijp niet waarom ik zou moeten betalen om een stukje natuur te zien. De natuur is toch van iedereen? De kosten van het onderhoud zou menigeen zeggen. Maar waarom is dat dan niet het geval bij buurlanden zoals Zweden en Finland? Daar kon ik daadwerkelijk van elk natuurgebied genieten, zonder dat daaraan allerlei kosten waren verbonden.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

2 gedachten over “Betalen voor de natuur?

  1. Van Schotland naar Noorwegen, het is maar een klein ommetje via Nederland!
    Leuk te vernemen dat je weer op pad bent en nog steeds met de drie honden.
    Wies en ik genieten weer van je avonturen zo goed omschreven!
    Toitoitoi

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Wies en Gie Reactie annuleren