De Kystriksveien kustroute

We staan met de bus op een groot parkeerterrein en kijken op een steile rotsen bergketen. De onderkant is bebost en loopt tot halverwege de bergketen glooiend omhoog. De gelaagde rotsen steken er rechtop en grillig bovenuit. Aan de andere kant van het terrein ligt Langsanden. De naam zegt het al: het is inderdaad een lang strand van twee kilometer.
Nadat ik een klein handwasje te drogen heb gehangen, loop ik samen met de honden over het strand. Er staan twee campers op het parkeerterrein, maar op het strand is niemand. Het is een groot verschil met het toeristische Lofoten. De honden rennen voor mij uit. Na een aantal dagen in de bergen te hebben doorgebracht, is het altijd heerlijk om weer even aan de kust te zijn. We ruilen de heupriem en de lange hikes in voor een stukje vrijheid op het strand. Ik zak met mijn zware wandelschoenen weg in het zachte zand. Ondanks de vrij intensieve wandeling van gisteren op Reinebringen, voelt mijn linkerbeen een stuk minder pijnlijk. Het valt gelukkig allemaal mee. Aan weerskanten van het strand zijn alleen maar bergen te zien. We bevinden ons op het eiland Sandhornøy, en zo voelt het ook: als een eiland.
We lopen terug langs het fraaie toiletgebouw. De toiletten zijn verwarmd, ruim ingericht met uitstekende faciliteiten. Voor tien kronen kun je er ook douchen. Wat jammer dat ik geen Noors geld bij me heb, maar ik ben tot nu toe nog nergens een geldautomaat tegengekomen. Nu kom ik meestal niet op heel drukke plekken, dus dat kan de reden zijn geweest. Naast het gebouw staan vuilnisbakken en er is een kraan met een tuinslang. Ik heb mijn watervoorraad inmiddels weer aangevuld. Het parkeerterrein is groot, maar toch leuk ingericht met picknicktafels en voldoende groen aan de zijkanten.
Even later zit ik met een kopje thee in de deuropening van de bus. De honden liggen tevreden in het gras. Vanochtendvroeg verlieten we na vier dagen de Lofoten, en maakten de oversteek met de ferry van Moskenes naar Bodo. Het was een ruige overtocht van ruim drieëneenhalf uur op open zee, dat de meeste passagiers flink zeeziek maakte. Ik kijk om me heen. De herfstkleuren zijn hier aan de westkust ook wel aanwezig, maar de herfst lijkt nog niet zo vergevorderd als helemaal bovenin Noorwegen. En of het nu toeval is of niet, maar de temperaturen lijken ook veel milder. Het is zeventien graden, en dat is toch heel wat anders dan die vijf graden op de Nordkapp. De jas kan weer uit, en de muts en de handschoenen liggen alweer in het kastje boven de bestuurdersstoel.
Het is al donker wanneer ik een laatste plasronde met de honden over het parkeerterrein maak. Het wasje, dat al bijna droog is, hang ik aan een klein waslijntje in de bus. Het dakraampje staat op een kier, en we vallen in slaap op de zachte ruis van de zee.

We volgen de komende dagen de Kystriksveien kustroute, ook wel de Nasjonal Turistveg Helgeland genoemd. Deze is ongeveer zeshondedenvijftig kilometer lang, en in totaal moeten we zes keer met de ferry het water oversteken om de Fv17 te kunnen blijven volgen. De weg kronkelt zich om en door de bergen heen, en biedt telkens weer adembenemende uitzichten op de gletsjers aan. De blauwe gletsjertongen reiken tot ver in de bergspleten, als watervallen die bevroren in tijd zijn. Deze ijzige taferelen worden afgewisseld met witte strandjes en baaien aan de kust.
Ik stop bij Holand Rasteplass, net voor Halsa. Er zijn hier niet echt wandelmogelijkheden voor de honden, maar we hebben vanochtend nog een mooie strandwandeling gemaakt op Langsanden, en dient deze plek puur als tussenstop. We hebben een prachtig uitzicht op het water, met daarachter de bergen en gletsjers.
We bevinden ons aan de oostkant van Saltfjellet Nasjonalpark, terwijl we precies twee weken geleden aan de andere kant bij Arctic Circle Centre stonden. Vanaf deze kant is de Svartisen gletsjer, of eigenlijk de uitlopers ervan, te bereiken via het water. Er worden vanaf deze kant diverse boottochten aangeboden.
Het is al aan het einde van de middag, en voor nu zit ik met een pannetje spaghetti op schoot in de deuropening van de bus, en kijk in stilte naar al dit natuurschoon.

Het is een regenachtige dag, dus we kunnen net zo goed de tweede ferry ook pakken. De eerste ferry bracht ons van Halsa naar Agskardet. Het was maar een klein stukje van tien minuten over het water. Nadat ik eerst de hele meute van auto’s, campers en vrachtwagens heb laten passeren, rijd ik op mijn gemak een uur langs de rotsige kust, de ijzig blauwe fjorden en kale bergen, die onder een dikke donkere bewolking gebukt gaan. De volgende ferry gaat vanaf Jektvika naar Kilboghamn. Tijdens de tocht over het water komt de zon tevoorschijn. De bergen ogen meteen een stuk minder somber. Watervallen tekenen zilveren lijnen langs hun flanken, die weer opgaan in het donkere gesteente van de berg. Talloze grote en kleine eilanden, en dat zijn er meer dan zes en een half duizend langs dit stuk aan de westkust, steken uit het water. Ongemerkt passeren we de poolcirkel. We hebben twee weken boven de poolcirkel vertoefd, en gelukkig waren de temperaturen in september nog goed te doen. Helaas hebben we geen noorderlicht kunnen waarnemen, maar die kans was ook wel erg klein rondom deze tijd van het jaar.
De overtocht duurt een uur. Daarna rijd ik nog een uur verder naar Wohnmobilstellplatz Utskarpen om te overnachten. Het zijn prachtige staanplaatsen met gras aan beide zijden, picknicktafels en vuilnisbakken. De honden liggen in het gras op een botje te kauwen, terwijl ik sta te koken.

Vanaf deze plek loopt de Tortenkota route, en die loop ik samen met Mika en Moran aan het einde van de middag. Al snel klimmen we omhoog over lagen door het water gepolijste rotsen. Het is glad, omdat het vrijwel de hele dag geregend heeft. Overal horen we stromend water, dat zich tussen de lagen rotsen manoeuvreert. Kleine poelen water vormen zich tussen de spleten en gaten. In de diepte achter ons ligt het fjord, en aan de overkant steken steile bergen tegen een donkere lucht af. De bewolking hangt nog steeds laag over de bergen, en ik zie dat onze route ook in de wolken verdwijnt. De stenen torentjes met de rode T’s zijn nauwelijks te zien. Meerdere keren lopen we verkeerd, maar dan zie ik toch weer ergens een rode T opduiken. ‘Zo gaat die wandeling wel langer dan een uurtje duren,’ zeg ik tegen de honden. Maar gelukkig valt het mee, want even verderop zien we het zeshoekige hutje al staan. Ik koppel Mika en Moran nog een keer van de heupriem af, zodat we de laatste rivier kunnen oversteken. Zij rennen snel door het ijskoude water, maar ik kom niet verder dan de eerste paar stapstenen. De rest ligt onder water, en hoe ik ook zoek naar een mogelijke oversteekplaats, het lukt me niet. Zwaar irritant dit. Na een halfuur geef ik het op. ‘Kom maar terug jongens,’ roep ik chagrijnig naar de honden. Het begint weer te regenen, en met een natte broek en schoenen kom ik terug bij de bus. Gelukkig maakt een kop thee weer veel goed. De chocola is helaas op.

De zon schijnt, en het is zowaar twintig graden in de bus. ‘Kom jongens, we gaan de Tortenkota nog een keer lopen,’ De route is nu makkelijk te volgen. De rotsen zijn minder glad en het water in de rivieren staat veel lager dan de dag ervoor. We lopen stevig door. De wolken weerspiegelen in de kleine poelen tussen de rotsen en in het groot op het rimpelloze wateroppervlak van het fjord. Het lijkt een driedimensionaal samenspel tussen een weerspiegeling op een weerspiegeling. ‘Nou het zal mij benieuwen,’ mompel ik wanneer we voor de laatste rivier van het hutje staan. Ja, het lukt. Met gemak springen we van steen naar steen naar de overkant. Mika en Moran rennen vooruit. Het hutje is gebouwd van kleine houten latjes. Binnen is een klein houtkacheltje, met eromheen een paar houten bankjes. Verder ligt er een logboek, en er hangt een wasrek aan het plafond. Ik kan me voorstellen dat de meeste hikers hier nat aankomen, dus een rekje boven de kachel om je kleding te drogen is dan wel handig. Nadat we wat hebben rondgekeken, aanvaarden we de terugweg. ‘Toch gelukt,’ zeg ik triomfantelijk tegen de honden.

Op handen en voeten klauter ik over de rotsen, die loodrecht omhoog lijken te gaan. Het zweet loopt over mijn gezicht en elke keer veeg ik het weer geïrriteerd weg met de mouw van mijn trui. Er staat een koude wind op deze hoogte, maar toch heb ik de eerste twee lagen alweer uitgetrokken. Mika en Moran trekken aan de heupriem. Ze springen behendig van steen naar steen, terwijl ik erachteraan strompel. Mijn wandelschoenen kraken wanneer ik mijn voeten zo schuin neerzet, dat het lijkt alsof de bovenkant van mijn tenen mijn schenen raken. Er komt een zeurende pijn in mijn gekneusde been opzetten, en mijn enkel voelt instabiel alsof deze op elk moment kan dubbel klappen. Om de dertig stappen moet ik stoppen om op adem te komen. Mika en Moran wachten geduldig. Wat zouden ze vinden van al dat gehijg achter zich? Ik kijk achter me, en vraag me af hoe ik ooit nog naar beneden kom op deze schuine rotswand. In de diepte zijn groene grasvlakten en huisjes te zien. Daarachter ligt het Ranfjorden. Een groot cruiseschip, dat vanaf hier op een speelgoedbootje lijkt, vaart richting de Noorse Zee. Ik kijk weer omhoog. Elke keer denk ik er te zijn,, maar dan ligt er toch weer een hogere rotslaag achter. We bevinden ons tussen de Skaerdingen en Tvillingen, twee van de Syv Sostre, oftewel de Zeven Zusters, een bergketen op het eiland Alsten. De wandeling valt in de vierde categorie, dat is de zwaarste categorie onder de bergbeklimmers. ‘We zijn er bijijijijijijna,’ zeg ik voor de zoveelste keer tegen de honden, maar ook om mijzelf een beetje moed in te spreken. Met vereende krachten trek ik mijzelf op aan een rotspunt. Maar dan bereiken we eindelijk na twee uur klimmen de rotskam, die de twee zussen verbindt. Links van ons bevindt zich Tvillingen en rechts de iets hogere Skaerdingen. Alle zeven zussen zijn net iets onder of boven de duizend meter. Achter de zussen zijn de bergen van Lomsdal-Visten Nasjonalpark aan de overkant van het fjord te zien. Ik bekijk beide routes naar de toppen van de zussen, maar deze zijn echt te zwaar voor ons. Ze bestaan uit alleen maar  rotsblokken en puinhellingen. ‘We gaan weer naar beneden.’ Nadat ik even gezeten heb, zijn mijn spieren al helemaal verstijfd. Kreunend stuntel ik achter de honden de berg af.

‘Oh wat leuk,’ zeg ik wanneer we aan het einde van de middag een paar kilometer verder rijden naar de parkeerplaats van de laatste twee zussen Breitinden en Stortinden. Daar wil ik graag morgen nog een stukje van lopen. Het parkeerplaatsje bevindt zich iets van de weg af, met een mooi uitzicht op de Syv Sostre en het lichtglooiende graslandschap dat ervoor ligt. We eten in stilte, en horen niets anders dan een paar blatende schapen in de verte. Net als ik denk dat we voor een derde achtereenvolgende nacht alleen staan, komt er een enorme camper het parkeerplaatsje oprijden. Hij parkeert op nog geen vijf meter afstand van ons vandaan, en stapt uit. Zonder te groeten loot de man langs ons heen en opent de laadruimte aan de achterzijde van de camper en rolt er een kolossale generator uit. Een hels kabaal breekt los. Verbijsterd kijken de honden en ik elkaar aan. Dit is niet te harden. Ondanks dat het al donker wordt, zit er niks anders op dan weg te gaan. Snel pak ik de bus in, en een beetje verdrietig rijden we de weg weer op. Ik had me er zo op verheugd om nog een kleiner zusje van de Syv Sostre te beklimmen.
Een halfuurtje verder vinden we een parkeerplek nabij een begraafplaats voor krijgsgevangenen uit de Tweede Wereldoorlog. Er staat een herdenkingsmonument, waarnaast verse bloemen liggen. We lopen een laatste rondje tussen de graven in het donker. De gele droge blaadjes van de berken ritselen in de wind. Ik ben gelukkig vrijwel nooit bang in het donker of om alleen te zijn. Dat is omdat de honden bij mij zijn. Maar ik voel me toch wel een beetje verlaten, daar op die begraafplaats. Ik doe snel de gordijntjes dicht, en kruip weg tussen de honden in ons veilige huisje. Toch erg jammer dat die chocola op is.

Ik parkeer bij Skarsåsen Festningsanlegg. Er is hooguit ruimte voor drie of vier auto’s aan het onverharde weggetje. We lopen er even rond. Er staat een kanon en er liggen wat bunkers en loopgraven verspreid over het terrein. Het zijn enkele vestingwerken uit de Tweede Wereldoorlog, maar de honden zijn vooral geïnteresseerd in de geiten die er loslopen.
Aangezien onze wandeling op nog één van de Syv Sostre niet doorging, heb ik gekozen voor een alternatief: de Tilremshatten, een vrij gemakkelijke wandeling over een lange bergkam tot net boven de driehonderd meter hoogte. Tenminste, de wandeling staat beschreven als gemakkelijk, maar de klim valt mij een beetje tegen. Misschien is het omdat ik de vermoeidheid van de zware klim van gisteren nog in mijn benen voel, maar ik vind sommige stukken behoorlijk steil. Wanneer we eenmaal bovenop de Tilremshatten staan, hebben we uitzicht op Salhus, dat op het noordelijke deel van het schiereiland Bergen ligt, tot aan de Torghatten. Terug op het parkeerplaatsje bij Skarsåsen, voelt het toch niet goed om daar te blijven overnachten in het bos. Ik besluit om richting Torghatten te rijden.

Het waait hard wanneer wij door de tunnel van Torghatten over de stenen klimmen. Mika en Moran vinden de fluitende wind die door de tunnel klinkt eng, en staan dicht tegen mij aan. Torghatten is een granieten berg op het eiland Torget, en staat bekend om zijn karakteristieke gat, of natuurlijke tunnel, door het midden. Volgens wetenschappers is het gat in de IJstijd ontstaan doordat golven van de zee een zwakke plek in de bergwand uitholden toen het land honderd meter lager lag dan nu. Het gat is hondedzestig meter lang, vijfendertig meter hoog en vijftien meter breed. We lopen dwars door de berg heen. Halverwege de tunnel is een houten trap aan de zijkant bevestigd. Tussen de treden zijn grote open gaten, en ook dat vinden de honden eng. Voorzichtig dalen we voetje voor voetje de trap af. Ze kwispelen opgelucht wanneer we weer op vaste grond staan. Maar we zijn er nog niet. We klimmen verder over rotsblokken en steenpuin naar het daglicht aan de andere kant van de berg toe. In de verte hebben we een prachtig uitzicht op de Helgelandsfjorden en alle eilanden eromheen. Het blauw van het water schittert ons tegemoet. We lopen nu weer steil naar beneden. Ik voel de vermoeidheid in mijn benen, en er gaan pijnscheuten door mijn gekneusde linkerbeen. Via een klein paadje lopen we om de berg heen en komen we weer uit bij de bus op de parkeerplaats. We gaan ontbijten. Nog belangrijker: we hebben weer chocola in huis. Misschien neem ik daar meteen maar een stukje van.

Gepubliceerd door Nomarit

Mijn naam is Marit. Nadat ik mijn huis heb verkocht en mijn baan heb opgezegd, woon ik samen met mijn twee honden, Marte en Mika, in een bus. Deze blog vertelt over mijn nomadenbestaan al reizende door Europa.

5 gedachten over “De Kystriksveien kustroute

  1. Nou zeg, wat weer een indrukwekkend verhaal over jouw reis! Respect hoe je dit samen met je honden doet! Succes voor het volgend deel en vooral wens ik je gezondheid en geluk!!
    liefs, Klary

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Sandra Reactie annuleren